Jano van Gool

In de Pers

Vogel, met Bram van der Vlugt - Vijfentachtig is Bram van der Vlugt, bijna dan, maar zijn hoofd weigert dat feest te vieren. Liever leert het nog lange teksten.... - DICK VAN TEYLINGEN, theaterkrant in: Theaterkrant lees meer
Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Ruimte

Er zijn mensen die vandaag `derde kerstdag’ noemen. Het is niet duidelijk waarom. Twee lijken me voldoende. Het is net alsof de tweede al een iets andere toon heeft dan de eerste. Eerste kerstdag klinkt een beetje plechtig.
Gisteren vond ik het zelfs even een gewone woensdag. 
Ik maakte in de vroege ochtend een wandeling door de buurt. Vanwege mijn blessure loop ik nog steeds langzaam, maar liep nog langzamer toen ik een klein plantsoen passeerde waar twee vrouwen aandachtig stonden te kijken naar hun honden die zich aan het ontlasten waren. Ze hadden een strikt informele uitstraling, die vrouwen, en bespraken het kerstdiner van de dag ervoor. Ik ving op: `mijn stinkende best gedaan’ en ook `met samengeknepen billen’. Terwijl ik verder liep, werd de bleke ochtend weer wat leger en dat vond ik aangenaam. Wel dacht ik aan die samengeknepen billen. Hoor ik erg vaak zeggen. Dat mensen ergens samengeknepen billen bij hebben. Als je er erop let, wordt het zelfs raar. 
Later in de ochtend hoorde ik het op de radio weer. Ging niet over het kerstdiner, maar over iets anders dat met Kerstmis te maken had: samengeknepen billen. Er was een man aan het woord bij wie je je vanwege die samengeknepen billen een gezicht kon voorstellen. Ja, je kunt vast kijken alsof je samengeknepen billen hebt. Als je die vaak hebt, kijk je misschien wel altijd zo. 
Die man zei nog iets anders. Dat hij met Kerstmis dikwijls `een klein jankmomentje’ had. Ik begreep wat hij bedoelde, ik heb ze ook wel, niet alleen met Kerstmis, maar wil ze absoluut niet kleine jankmomentjes noemen. Ontroering verdient die schrale typering niet. Ontroering moet je de ruimte geven en niet beledigen. Je kunt er ook van leren.