Jano van Gool

In de Pers

lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt - Binnen één alinea van lachen naar huilen: lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt ★★★★★ ... - Katinka Polderman in: De Volkskrant lees meer
Vogel, met Bram van der Vlugt - Vijfentachtig is Bram van der Vlugt, bijna dan, maar zijn hoofd weigert dat feest te vieren. Liever leert het nog lange teksten.... - DICK VAN TEYLINGEN, theaterkrant in: Theaterkrant lees meer
Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Snor

Polikliniek op de vroege ochtend, net open, er zijn al acht wachtenden onder wie ik. De gesprekken gaan enorm over de hitte en vooral de slaapproblemen die daarvan het gevolg zijn, wat misschien een voor de hand liggend onderwerp is in de vroege ochtend. 
Ondertussen houden we de balie scherp in de gaten. Daarachter zit nog niemand, terwijl dat al lang het geval had moeten zijn. Komt waarschijnlijk ook door de hitte. 
Naast neemt een man plaats, korte broek, petje, die min of meer geheel vol tatoeages zit. Volgens mij zweet hij inkt. 
Een man tegenover me vertelt met harde stem dat hij vannacht op de sofa heeft geslapen, blijkbaar in een ongemakkelijke houding, want daardoor ging hij snurken. Hij laat horen hoe hij snurkte, wat voor mij niet per se hoeft. Daarbij: ik neem aan dat hij het zelf niet hoorde. 
Ah, daar zijn de twee baliemedewerksters, vrolijk met elkaar in gesprek, alsof ze daar toevallig zijn. Dan het opstarten van de computers, het berispend naar het scherm kijken, want het duurt lang, o jee, toch nog iets vergeten, een pen, o jee, nóg iets vergeten, de grote beker koffie, heeft iemand de suiker gezien? 
Wij, wachtenden, volgen uiteraard iedere beweging, steeds onrustiger. Dadelijk een belangrijk moment: wie loopt als eerste naar de balie? “Komt u maar,” roepen de baliemedewerksters tegelijkertijd.
De man naast me heeft geen snor, maar in plaats daarvan letters op zijn bovenlip en langs zijn mondhoeken: Harley Davidson. Een snor van letters. In zijn nek staat onder meer, onder véél meer: RIET. Waarschijnlijk zijn geliefde. Ik zie ze gaan op hun motor, Riet en de man. In de zomerwind. 
“U daar!” hoor ik de baliemedewerkster roepen. Dat ben ik. “Fijn,” zeg ik.