Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Station

Soms moet er ineens van alles gebeuren in huis. De klusjesman is nu een ex-bokser uit Minsk. Hij was al eerder hier en toen viel zijn harde ernst minder op dan nu, maar we zijn allemaal ouder geworden. Het is niet alleen ernst, ook van die onbeschrijfelijke Oost-Europese melancholie. En dan ook nog uit Minsk, we weten allemaal wat voor linke soep het daar is.
Gisterochtend bezochten we samen een bouwmarkt, niet een omgeving waar ik ontspannen rondkuier, maar ik moest mee, vanwege het vervoer. Hij heeft immers geen auto. Ik kon in de buurt van de kassa’s wachten, zei hij. 
Het was niet zo’n leuke doe-het-zelf bouwmarkt uit de reclame, deze was erger, puur professioneel. Er waren uitsluitend mannen die miskend naar serieus materiaal op zoek waren, mannen met zware werkpakken aan en schoenen waarmee je een muurtje aan flarden kunt trappen. Ik schaamde me intens voor mijn aanwezigheid en uitstraling. De man uit Minsk belt altijd hartstikke vroeg aan en ik had snel iets aangetrokken en daar in de bouwmarkt besefte ik sterk dat ik eruitzag als iemand die dadelijk artistiek uit eigen werk ging voorlezen. Mij speet dat. 
Ik verschool me ontheemd in een soort koffiehoek. Boven het ding voor het reinigen van je handen hing een bord met daarop `Hygiëne Station’. Twee woorden. Dat bedoel ik. Volgens mij heet het nergens zo. 
Ik moest denken aan een Bulgaarse grenspost ver voor de val van de Muur. Ieder moment verwachtte ik een barse functionaris die naar kool en knoflook rook: “Pak uit die koffer, snel graag.” Ik zou dan zeggen dat ik helemaal geen koffer had, want waarom zou ik een koffer meenemen naar een bouwmarkt. De functionaris: “Ja, dat kan iedereen wel zeggen! Het spel is uit!”