Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Stempels

Van het Deense volk heb ik geen verstand. Ik was hier een jaar of tien geleden, paar dagen, en toen heb ik niet scherp opgelet. Nu moet het wel, want het Deense volk let ook op mij: in een restaurant vraagt een jonge Deense ober of ik mijn vaccinatiebewijs kan laten zien. Heb nog niet eens een plaatsje gezocht, moet mijn natte regenjas ergens kwijt, mijn hoofd zit vol gure wind, want het is een echte Deense zomer. Dat laatste zei iemand in het hotel.
Nonchalant vis ik mijn mobieltje te voorschijn en laat hem de QR-code zien. Het is meteen duidelijk: hij weet niet wat hij ziet, schudt vastberaden zijn hoofd en herhaalt “Uw vaccinatiebewijs”. Ik zeg dat dit het vaccinatiebewijs is waarmee ik volgens de Nederlandse overheid overal terecht kan. 
De jongen vraagt: “Bent u hiermee het land binnengekomen?” Grote vraag. Ik knik, maar besef dat ik niet naar waarheid knik, want ik ben met niks het land binnengekomen, ja, met mijn auto, maar de douane in het douanehokje zwaaide luchtig dat ik door kon rijden. Dat douanehokje verbaasde me trouwens. Wij, automobilisten, reden er in een lange rij langs, min of meer stapvoets. Zo nu en dan stopte er een auto en moesten er documenten worden getoond. Gold niet voor mij. Zie je wel, dacht ik, ik heb een enorm gevaccineerde kop.
Dat vindt de jongen in het restaurant niet. Omdat ik mezelf heb geleerd dat ik altijd met alles rekening moet houden, stak ik het gele boekje van het Koninkrijk der Nederlanden bij me. Daarin staan stempels van de GGD van mijn woonplaats, twee, met paraaf.
Ik mag gaan zitten.
Een bedeesd blond meisje geeft me de menukaart, wijst naar mijn mobieltje en steekt lachend haar duim omhoog. Deense meisjes, altijd goed!