Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Stilte

Hoe lang is het geleden dat ik wist wat het was, Dodenherdenking? In mijn vroege kindertijd was de oorlog nog niet zo lang voorbij. Ik hoorde mijn ouders erover praten, met elkaar, met hun vrienden, met familie. Het was heel ver van me weg, ik wist het zeker. 
Er waren woorden waarover ik lang kon nadenken, hoe jong ik ook was: “Leo is niet teruggekomen.” Ik vroeg niet waarom niet, ik snapte dat het nooit meer zou gebeuren, dat terugkomen. De man over ze het hadden, een jeugdvriend, was er niet meer. Kijkend naar mij ouders en hun vrienden vond ik het onvoorstelbaar dat iemand er niet meer was. Wat was er dan als iemand er niet meer was, waar was die?
Ik zeg het in de woorden van nu, zestig jaar later, maar het drong tot me door dat zo iemand er nog was in de woorden van mijn ouders en hun vrienden, in hoe ze het over hem hadden. Niet teruggekomen, maar niet weg.
Vanavond is er hier op het buurtpleintje niets te doen. Op 4 mei is er altijd een fanfare uit een dorp in de nabije omgeving met sterk ingestudeerd maar matig vertolkt plechtig repertoire. Dat laatste is niet erg, hoort zo, wat maakt het uit? We komen daar bij elkaar, delen de momenten van stilte en onze gedachten. Ik denk ook aan de mensen uit mijn leven die er niet meer zijn, mijn ouders en hun vrienden, aan hoe ze spraken en dachten en treurden om iedereen die niet meer was teruggekomen.
Vanavond doe ik dat in de stilte van het huis, voor het raam, kijkend naar de stille straat. Misschien sta ik tussen mijn ouders in en hebben ze mijn handen vast, zoals toen, lang geleden, in de jaren na de oorlog die pas voorbij was, in de tijd die iedereen de nieuwe tijd noemde. In mijn handen in hun handen voel ik hun stilte.