Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Toon

Na pakjesavond vorig jaar zei een vriend dat hij in de gedichten ontzettend op zijn donder had gekregen. Ik vroeg of het wel om te lachen was geweest, in ieder geval een beetje. Nee, ze waren na die gedichten ernstig gaan praten over van alles. Ik vroeg niet wat dat `van alles’ was en waarvoor hij precies op zijn donder had gekregen, maar ik knoopte het wel in mijn oren: daarvoor enorm uitkijken. 
Deskundigen waarschuwen dat je moet voorkomen dat iedereen zit te lachen, behalve degene die het gedicht leest: “Als je weet dat iemand ergens emotioneel of onzeker over is, kun je dat onderwerp beter mijden.” 
Ja, we zijn kwetsbaarder dan nog niet zo lang geleden, misschien ook omdat alles en iedereen om ons heen kwetsbaar is geworden.
Frank van Pamelen van het radioprogramma Sinterklaasgedichtenservice: “Sinterklaas is een buitenstaander die zich verbaast of verwondert over wat iemand het afgelopen jaar heeft gedaan. Dat moet je ook opzoeken in de toon: er moet geen echte ergernis of verontwaardiging in een gedicht zitten.”
Goed, ik ken mijn plaats en vandaag ga ik gedichten schrijven, stuk of tien. Lijkt niet veel, is het wel. Gelukkig zegt niemand meer er veel van te verwachten, omdat ik `zo leuk’ met taal bezig ben. Ik ben een liefhebber van het krukkige sinterklaasvers. Als ik het te mooi heb willen maken, ga ik veel te strak letten op hoe iemand het voorleest. En dat is helaas nooit goed, altijd stuntelig gerommel met klemtonen en ritme. 
Om op gang te komen rijm ik al een paar dagen bij min of meer alles. “Hoe moet ik nu weten / wat we vanavond gaan eten?” Of: “ Ik boffie / met kopje koffie!” Mijn intimi vragen of ik alsjeblieft in mijn werkkamer wil blijven.