Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Triomf

Het openbare leven heeft al enige tijd zo’n beetje alle dynamiek verloren die het aantrekkelijk en tintelend maakt. Liever heb ik het nooit over het weer, want dat is er en dat is wel genoeg, maar nu zorgt het voor solidariteit. Hoeven we geen woorden aan vuil te maken. Die overkomt ons. 
Voetje voor voetje loop ik door een smalle straat waar weinig mensen komen. Dan beweegt zich iemand me tegemoet, een vrouw met een kleine boodschappentas, die net iets te zwaar is. Die zit haar gevoel voor evenwicht dwars. Ze loopt steeds langzamer, ik ook, misschien moet ik opvang zijn. Doordat ik me afvraag hoe ik dat ga doen zonder er een #MeTootje van te maken, concentreer ik me matig op mijn eigen benen en begin te schuiven, maar ik houd de boel nét in bedwang. Triomf! We passeren elkaar, de vrouw met de boodschappentas en ik, ze ziet er gespannen uit maar ook vrolijk, ik vast ook, vooral vrolijk, hoop ik. We glimlachen van harte. Mooi.
Eindje verder verlies ik de controle. Er zijn daar best veel mensen, stel ik vast, terwijl ik wanhopig wankel en mijn handen naar een houvast zoeken dat er niet is. Ik voel dat ik een draai maak zonder dat ik die heb ingezet en ondertussen flitst de val door me heen, de zichtbaarheid ervan, en dat ik moet voorkomen dat ik zeg: “Ik ben gevallen.” 
Wat er gebeurt met mijn benen die nog langer zijn dan normaal, weet ik niet, een dronken pirouette, en ineens sta ik stil, stevig, mag ik wel zeggen. Dan gebeurt het: de mensen om me heen applaudisseren, niet eens cynisch of uitlacherig, nee, met grappig ontzag. Automatisch maak ik een buiging. Naast me staat een man die zegt: “Je leek wel een pinguïn.” De pinguïn heb ik zeer hoog. Dus weer een buiging.