Jano van Gool

In de Pers

Vogel, met Bram van der Vlugt - Vijfentachtig is Bram van der Vlugt, bijna dan, maar zijn hoofd weigert dat feest te vieren. Liever leert het nog lange teksten.... - DICK VAN TEYLINGEN, theaterkrant in: Theaterkrant lees meer
Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Trommel

Gisteren in de namiddag komt er bezoek en ik zet een fles wijn op tafel en glazen. Het bezoek schudt echter het hoofd: “Nee, we drinken veertig dagen niet.” Ik ben verbaasd, het bezoek weet er normaal wel raad mee en vindt het gelukkig niet raar de gang van zaken toe te lichten: “Vorige week woensdag begon de vastentijd en we besloten dat we gewoon maar eens mee moesten doen.” 
Over deze woorden denk ik even op volle kracht na. `Gewoon maar eens meedoen’ vind ik altijd een wat linke handelswijze, ook omdat er volgens mij niets gewoon is. Maar wat heeft het bezoek ineens met vasten? “In principe niets, maar we dachten waarom niet?” 
Ik knik, ik dacht te vaak in mijn leven `waarom niet?’ en dat kwam uiteindelijk niet altijd goed uit. Ik denk het nog regelmatig trouwens en dat heeft nog steeds voor- en nadelen.
“Jij weet er toch alles van,” zegt het bezoek. Ik drink inderdaad al ruim een jaar geen drank met alcohol erin, maar dat wil nog niet zeggen dat ik er alles van weet. Ik weet van niets alles. Nee, het bezoek bedoelt nu van vasten.
O ja, inderdaad, ik weet dat vasten nog steeds bestaat, maar ik denk er eerlijk gezegd bijna nooit aan. Toen ik kind was wel. Op de dag na carnaval kwam er een trommel op tafel te staan en die bleef daar tot de dag voor Pasen, veertig dagen dus. Het vastentrommeltje. Niet dat ik een ontremd snoeper was, maar iedere dag was er wel wat. Als ik me goed herinner, aten we ook soberder. Mijn moeder zei, geloof ik, dat het goed was voor je gedachten. Ze zei nog meer, maar dát heb ik vooral onthouden, omdat ik toen al veel interesse had voor wat goed was voor je gedachten.
Ik beloof het bezoek dat ik de kwestie streng ga bestuderen en dat doe ik ook.