Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Trottoir

De apotheek waarvan ik klant ben, is niet groot. Als je er zit of staat te wachten hoor je bijvoorbeeld waar een andere klant de zalf moet aanbrengen. Wil ik niet horen, maar het kan me helaas niet ontgaan.
Er mogen al een tijdje maar drie mensen tegelijkertijd binnen zijn, wat dus betekent dat je soms buiten moet wachten, wat verder niet erg is, ook omdat je dan niet op de hoogte bent van beklagenswaardige intimiteiten. 
Buiten is daar een smalle streep trottoir, de rest van het trottoir wordt gerepareerd of vernieuwd. Met dat karwei is al een paar maanden geleden begonnen, maar dat begin heeft nooit een vervolg gekregen. Aan ons, gebruikers van het trottoir, is niet duidelijk gemaakt waarom dat zo is, misschien ook omdat het al een te bekend verschijnsel is, en sommige verschijnselen zijn alleen maar een verschijnsel.
Ik hoef niet dagelijks in de apotheek te zijn, maar als ik ga, probeer ik een rustig tijdstip te kiezen, maar ik gok meestal verkeerd en dan staat er een rij wachtenden. Is niet erg, ik probeer daarvan kalmerende momenten te maken en zoiets begint met de gedachte te verjagen dat ik haast heb. Misschien heb ik dat wel, maar het is nuttig me te verdiepen in de vraag waarom dat zo is: eigen schuld of die van de kleine wereld waarin ik me beweeg? Die vraag zorgt al voor rust. Vervolgens ga ik de lege tijd daar op de smalle strook trottoir op volle kracht gebruiken door aan iets te denken waaraan ik normaal nauwelijks denk. Of aan iemand.
Sommige mensen verdragen wachtmomenten niet. Ze moeten iets zeggen, waarschijnlijk omdat ze niet tegen opgedrongen stilte kunnen. Ik signaleerde het al eerder, het moeilijkste zinnetje in dit verband is: “Het is me wat.”