Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Tuinieren

Uiteraard is erover vergaderd: wat doen we met het jubileum van 2 voor 12? Duurde een tijdje, maar toen kwam iemand op het idee Bekende Nederlanders als kandidaten te vragen. Iedereen aan tafel keek opgelucht: briljant voorstel.
Heel vaak denk ik Nee! als er in een programma weer popelende Bekende Nederlanders opdoemen, maar nu denk ik het helemaal. Het mooie van de kennisquiz was juist dat die van Onbekende Nederlanders was: “Ik ben Bert Braam, getrouwd met Anja. We hebben twee kinderen Bert jr. en Tatjana. Mijn beroep is docent Engels, mijn hobby’s tuinieren en geschiedenis.” En dan kwam de duokandidaat, een collega van Bert. Fijn en geruststellend.
Als Bert de volgende ronde haalde en weer in beeld kwam, zei ik meteen: “Getrouwd met Anja, tuinieren en geschiedenis.” Voor mij begon de quiz al, want uiteraard deed ik thuis enorm mee.
Of dat vijftig jaar geleden het geval was? Ik weet bijna zeker van niet. Het was 1971, ik zat nog op school en liep niet graag te koop met wat ik wist, want dan werd het onmiddellijk duidelijk wat ik allemaal niet wist, en dat was best veel. 
Later keek ik wel fanatiek, meestal samen met een vriend. Wat ik nu onvoorstelbaar vind: we wilden daar graag gaan zitten. We gaven ons op, nee, een geliefde van een van ons deed dat. Maar toen stopte het programma (“Komt door ons!”) en dat duurde wel een jaar of tien. Daarna hadden die vriend en ik duizend andere dingen aan ons hoofd.
Thuis op de bank doe ik net alsof ik daar wel zit. Kinderlijk trots ben ik op antwoorden die de kandidaten niet weten. Ik kijk nooit alleen, want ik stel het compliment op prijs. Als dat niet komt, zeg ik: “Hóórde je het? Ik wist het!” Nogal hinderlijk, maar ja.