Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Vandaag

De laatste jaren herlees ik meer boeken dan dat ik nieuwe lees. Misschien verandert dat weer, ik weet het niet. Er is er een die ik anders herlees dan de rest. Het is trouwens geen lezen te noemen. Er staan vooral namen in en kleine fotootjes, hier en daar wat tekst. Het heet `In Memoriam. De gedeporteerde en vermoorde Joodse, Roma en Sinti kinderen 1942-1945’ . 
Het zijn de kinderen die in Nederland op de trein werden gezet, en niet wisten waarom en waarheen. Allemaal vermoord. Het zijn er 17.964. De lijst is niet volledig. Hun adressen staan er bij. Ik werd na de oorlog geboren, maar veel straten ken ik. De Parkstraat in Arnhem. De Parkweg in Nijmegen. Door die laatste straat liep ik vaak in de zon van de jaren vijftig. 
Ook de geboortedata staan erbij en de datum van hun dood. Bij veel kinderen was die niet meer te achterhalen, bij veel wel. Geboren op 18 maart 1940, op 13 maart 1943 vermoord in Sobibor. 
Sommige namen ken ik, van twee vermoorde jongens ken ik het zusje dat later de moeder werd van een van mijn beste vriendinnen. Ik schreef nog niet zo lang geleden, samen met die vriendin, een toneelstuk over dat meisje, die moeder. `Ik ben er nog’ heet het, een titel die ik op een dag als vandaag met ingehouden adem noteer. 
Soms pak ik het boek uit de kast en lees zacht hardop een rijtje namen. Het gebeurt dat ik daarna een paar minuten stil ben, soms ook een uur, of langer. Een boek vol stilte.
Ook de stilte van vanavond. Een stilte vol stilte. Een stilte waarin alle doden wonen, de gesneuvelden, de vermoorden. En stilte waarin woorden niets meer te zoeken hebben. En als we daarna met gebogen hoofd naar huis lopen, moeten we zoveel mogelijk van die stilte bewaren.