Jano van Gool

In de Pers

lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt - Binnen één alinea van lachen naar huilen: lekker tobben met de tragikomedie van Thomas Verbogt ★★★★★ ... - Katinka Polderman in: De Volkskrant lees meer
Vogel, met Bram van der Vlugt - Vijfentachtig is Bram van der Vlugt, bijna dan, maar zijn hoofd weigert dat feest te vieren. Liever leert het nog lange teksten.... - DICK VAN TEYLINGEN, theaterkrant in: Theaterkrant lees meer
Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Vasthouden

Gistermiddag had ik een afspraak die vrijdag werd afgezegd `vanwege de storm’. Degene met wie ik de afspraak had, woont in dezelfde stad, maar blijkbaar was de storm zorgwekkend. Of een smoes.
Zondagavond zat ik een taxi. Het stemde de chauffeur vrolijk dat er geen fietsers op straat waren, maar ook hij was bezorgd: als het zo zou doorgaan met de gevolgen van de klimaatverandering, was het spoedig met ons afgelopen! De storm beschouwde hij ook als een gevolg van de klimaatverandering. 
Zelf was hij pas een paar jaar in Nederland, hij vroeg of ik vaak hevige storm had meegemaakt. Over die vraag moest ik even nadenken. Ik herinner me van niet zo lang geleden in ieder geval wel dat er helemaal geen code was, ja, misschien binnen het KNMI, maar wij wisten van niks, en merkten het wel, we namen geen maatregelen, zeiden geen afspraken af en de NS was ook nauwelijks in paniek. 
Ik probeerde grote stormen in mijn leven op een rijtje te zetten en gokte op een stuk of tien, de eerste toen ik 50 dagen oud was, in de nacht van 31 januari en 1 februari 1953. Ik logeerde tegen de grens van Zeeland. Met mijn ouders ook uiteraard, ik ging nog niet zelf op pad. Ik had toen geen gedachten en ervaringen waarvan ik me bewust was, maar die storm is er wel in gaan zitten. 
Als hij me voor het huis afzet, belooft hij dat we er `nog wel een tijdje’ zijn. Ik zeg “Fijn” en loop naar de voordeur terwijl ik me van de wind aan iets moet vasthouden wat er niet is.
Even later in bed ben ik even het jongetje van 50 dagen oud, de storm huilt om de huizen, regen raast tegen de ramen, maar mijn ouders zijn in de buurt, er kan me niets gebeuren, ik hoef niet bang te zijn, alles is voorlopig nog niet afgelopen.