Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Veelzijdig

Altijd en overal lees ik alles wat me onder ogen komt. Als bij vrienden een gebruiksaanwijzing op tafel ligt, neem ik die even door, zonder dat ik weet voor welk apparaat die is. Vaak wordt dat ook niet duidelijk in de instructies. Als ik een winkel verlaat en de kassabon in mijn jaszak wil proppen, lees ik eerst wat erop staat, niet het bedrag, maar bijvoorbeeld TOT ZIENS. Of: ‘Iedere woensdag voordelig kalfsgehakt’. Soms spreek ik de woorden zacht hardop uit en als je dat drie keer doet, kan een woord ineens ontzettend vreemd worden (kalfsgehakt).
Vaak dringen woorden pas laat tot me door. Gisteren passeerde ik een supermarkt, keek vaag naar een geel affiche op de winkelruit en pas 100 meter verder las ik de woorden die ik net zag, in dit geval: `Deze grote knoeperd is ongelooflijk veelzijdig.’ 
Ik vroeg me af of ik dat écht las en die vraag werd zo dringend, dat ik terugliep. Ja, daar stond het: `Deze grote knoeperd is ongelooflijk veelzijdig.’ Toen zag ik pas waar deze woorden op doelden. Een bloemkool. Afbeelding ervan was boven de tekst te zien. De grote knoeperd. Woord dat ik lang niet meer gehoord of gelezen heb. Heeft iets indrukwekkends, knoeperd. Je kunt er niet omheen. In kleine letters stond op het affiche wat er allemaal met een bloemkool te doen viel. Was nogal wat. Iets met blauwe kaas, herinner ik me nu. Vandaar de veelzijdigheid die ongelooflijk werd genoemd.
Terwijl ik door de herfstige namiddag naar huis liep, dacht ik aan de mensen die vergaderden over de bloemkool. “Hoe pakken we het aan, jongens?” Kleine, iets te warme kantoorruimte, uitzicht op natte weilanden, leigrijze hemel. Ineens kwam er iemand met grote knoeperd. Daar werd op gedronken.