Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Verdwalen

Verstard lees ik het bericht over de pil die je waarschuwt dat je je pillen moet slikken. Via een app. Niet alleen jou, maar ook de arts die je die pillen heeft voorgeschreven. Moet je die waarschuwingspil natuurlijk wel slikken. Moet je op eigen kracht aan denken.
Waarom verstard? Omdat ik niet weet hoe ik daarover moet denken. Nog niet zo lang geleden zou ik een wegwerpgebaar hebben gemaakt: zie ik tegen die tijd wel. Welke tijd? Geen idee, maar het paste in hoe ik omging met ontwikkelingen waarmee ik nauwelijks iets te maken wilde hebben.
Deze week leek het me ineens handig als ik ook een ijskast zou hebben die me waarschuwde als de yoghurt op was. En als ik de yoghurt dan zou intoetsen op mijn digitale boodschappenlijstje, was er een app die me liet weten dat ik die yoghurt niet meer moest nemen omdat er dierlijke vetten in zaten van een bedreigde diersoort. Bestaat allemaal. Toen ik erover las, maakte ik een wegwerpgebaar: is niet voor mij, ben ik inmiddels te oud voor. Misschien kan ik binnenkort niet meer zonder.
Paar jaar terug riep ik dat het belachelijk was dat niemand meer een telefoonnummer uit zijn hoofd kende. Ik wel, hoor. Toen. Kon er zo een stuk of twintig opdreunen. Nu moet ik zelfs de telefoonnummers van mijn beste vrienden uit mijn mobieltje halen.
Ik hoor me nog beweren dat de tomtom misschien makkelijk is, maar dat we er ook weer niet te afhankelijk van moesten worden. Verdwalen in een omgeving die je niet kent, kan avontuurlijk zijn. Gisteren was ik in Eindhoven waar ik bijna nooit ben. Tomtom vergeten. Ik wist even écht niet wat ik moest doen.
Mijn moeder zei vaak over nieuwe ontwikkelingen: “Wat kunnen ze toch veel, jongen.” Ja, ze wel. Ik niet.