Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Vliegen

Veel mensen hebben het ineens over 20-20, als ze het nieuwe jaar bedoelen. Het lijkt wel een korfbaluitslag. Het is een vól nieuw jaar, er kan veel goeds in gebeuren, ook veel minder goeds, maar ik wil er graag optimistisch aan beginnen. Laten we het jaar dus alsjeblieft voluit tweeduizendtwintig noemen. Het geeft ook aan hoe lang we met deze jaartelling bezig zijn, dat we in een nieuwe fase van de geschiedenis zijn beland. Dat gebeurt in wezen natuurlijk iedere seconde, maar je kunt het niet om de haverklap beseffen, want dan slaat de onrust agressief toe. 
Tweeduizendtwintig is iets anders dan 20-20, ook al is het hetzelfde. Vergelijk het met bibliotheek, door nogal wat landgenoten `bieb’ genoemd, alsof je een verbaasd marsmannetje hoort: “Bieb!” Prachtige instelling, een bibliotheek, dat mag ook best tot uiting komen in hoe we die noemen.
Net als iedereen hoor ik vaak zeggen dat het afgelopen jaar `voorbijvloog’. Het woord hoort bij de melancholie van deze laatste dagen. Ik geloof dat ik in mijn kindertijd een jaar soms lang vond duren, maar toen die tijd op was, nooit meer. Het hoort gewoon bij de jaren van ons leven: ze vliegen voorbij.
Dat vond ik in mijn kindertijd trouwens een verontrustende klacht van volwassenen. Ik geloof dat ik mijn moeder het voor het eerste hoorde verzuchten: “Ach jongen, het leven gaat zo snel.” Ik vroeg me af hoezo. Uiteraard snap ik inmiddels wat ze bedoelt. Ook heb ik het inzicht dat ik me niet tegen die gedachte kan verzetten. Toen voelde ik dat verzet wel, de winters duurden lang, zomers eindeloos. Dat vond ik juist zo mooi van het leven waaraan ik moest wennen. 
Dat laatste ben ik nog steeds niet en ik heb er ook geen tijd meer voor.