Jano van Gool

In de Pers

Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Vliegtuig

De straat hier is nu drie jaar autovrij. Hoe het was toen er nog verkeer doorheen reed, kan ik me niet meer voorstellen. De straat is anders geworden, een langgerekt plein. Bewoners hebben hier en daar tuintjes aangelegd. De stad om de straat heen is druk, maar hier heerst rust.
In een autovrije straat staan natuurlijk ook geen auto’s geparkeerd, ze kunnen er niet eens in, aan beide kanten staan paaltjes, rood-wit van kleur. Die zijn uitneembaar, maar dat moet met een sleutel gebeuren. Twee straatbewoners hebben die sleutel, wat hun een zekere positie geeft.
Gisterochtend, toen de straat stil in vroeg zonlicht baadde, leek het even de straat uit mijn jeugd. De zomervakantie was begonnen. De avond ervoor of in de zeer prille ochtend zag ik de buren hun auto’s vol bagage laden, meestal kon die er net in. In die tijd waren het vooral mannen die hiervoor verantwoordelijk waren, de feministische golf had de samenleving nog niet verfrist, vrouwen leverden aan en stelden af en toe een vraag die ze liever niet moesten stellen: “Gáát het?” Nog erger waren corrigerende suggesties: “Zou je die tas wel dáár zetten?” 
Ineens was iedereen weg en de straat leeg, mooie momenten. Ons gezin ging meestal later, ik weet niet meer waarom. Mijn buurtvriendjes waren ook vertrokken. Ik had het rijk alleen: lekker doelloos banjeren door de buurt die er anders dan anders uitzag, in het gras gaan liggen, naar de lege blauwe hemel staren, wat weldadiger werd wanneer zich een klein vliegtuig zacht hoorbaar en traag door het lichtruim bewoog, geluid dat de muziek van een lome zomerdag kon zijn.
Deze kleine herinnering hoort bij mijn enorme inspanning niet over de wedstrijd van straks te schrijven!