Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Willen

In de straat van mijn vroege kinderjaren was er een Blokhoofd, een sombere man die hoog bij de gemeente was en zich verplaatste op een fiets met grote fietstassen. Langwerpig bord hing boven zijn bel, wit met kranige zwarte letters: BLOKHOOFD. 
Toen ik het voor het eerst hoorde, dacht ik dat het een woord voor zijn hoofd was, maar dat hoofd was rood, smal en streng, dus dat kon niet. Kort daarna vroeg ik het aan mijn moeder. Ze zei dat hij alles regelde als het weer oorlog werd. Dat vond ik nogal wat. De buurvrouw voegde eraan toe: “Zijn kelder ligt vol gasmaskers.” 
Ik weet niet meer wanneer de tijd van de Blokhoofden voorbij was. Iets in mij zegt dat de opkomst van de Beatles er veel mee te maken heeft. Of de uitstraling van president Kennedy. In ieder geval: de nieuwe, tintelende tijd.
Onze straat is nu een week of drie autovrij. Daar komt heel wat bij kijken. De vuilniswagen kan er ook niet meer in, er zijn nu twee afvalverzamelpunten waar nog niet iedereen goed mee omgaat, er komen bloembakken, dat soort kwesties. Iemand moet daar het eerste en laatste woord over hebben. 
Gelukkig is er in onze straat een man die qua management van wanten weet en een goed humeur heeft. Mijn bevriende buren hebben gevraagd of hij graag Blokhoofd wil heten. Daar heeft hij geen bezwaar tegen. We willen een sjerp voor hem kopen, zoals burgemeesters van Franse dorpjes-van-één-straat om hebben.
Hij stuurt zo nu en dan via de app efficiënte berichten rond, over dingen die staan te gebeuren. Vaak schrijft hij erbij: “Dat moeten we niet willen.” Die woorden kende ik vaag, maar ze kwamen nooit dichtbij, nu wel. Ik spreek ze soms zelf uit, of denk ze: “Ik moet dat niet willen.”
Lekker is dat!