Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Zachter

Toen ik gistermorgen rond 7 uur de vuilniszak buiten zette, zei ik nors tegen mezelf dat het ook best wat later kon. De vuilniswagen komt meestal in de tweede helft van de ochtend, maar ja, ik denk altijd: gedaan is gedaan. En bovendien kan het best dat de ophaaldienst ineens een andere dienstregeling heeft, vroeger door onze straat rijdt en dan ben ik er tenminste op tijd bij. Ik dacht dat en stelde vast dat dit gedachten van niks zijn, geen gedachten om een dag mee te beginnen. Je krijgt er slap haar van en trekkende mondhoeken. 
Op dat moment snelde er een poes langs me heen, een zwart-witte met gealarmeerde oortjes. Misschien was het wel een kater, maar ik denk liever poes, een woord dat zo teer is dat je het meteen wilt aaien. Toen schoot het door me heen: Dierendag. Meteen drong zich de vraag op: wat doe ik aan Dierendag? Die vraag zorgt gelukkig voor andere gedachten dan zojuist. Ik denk aan mijn laatste dier in huis, een melancholieke, beetje zenuwachtige poes die ineens ziek werd en doodging. Ze is gecremeerd en haar as waaide uit over zee, het was in deze tijd, herfst, er stond een wilde, gure wind. 
Ik weet niet meer hoe lang het geleden is, maar als ik zo aan haar denk, was het gisteren. Als ik voor me zie, hoe ze in huis in de weer was, wordt het leven meteen zachter. Daar zorgen veel dieren voor. Misschien een goede gedachte voor Dierendag. 
Ineens hoor ik een stem van een vrouw: “Is er wat, meneer?” Ik ken haar niet, haar gezicht ziet er ernstig uit en ze heeft een aktetas tegen haar borst gedrukt. O ja, ik snap haar vraag, ik sta in mijn ochtendjas bij een vuilniszak voor me uit te staren. Ik zeg: “Het is Dierendag.” Ze knikt en loopt op forse snelheid door.