Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Zoeken

Eergisteren zag ik op televisie een korte documentaire over een gezin dat ging emigreren. Naar Canada. Hij was varkensboer en leidde de verslaggever door de lege, schone stallen rond. Buiten stonden paarden in wagens, klaar voor vertrek. Die gingen mee naar Canada. De vrouw van de man zei dat ze haar vrienden en vriendinnen natuurlijk zou gaan missen. Ze zei het niet verdrietig, maar met een frisse blik op de toekomst. De man kwam ook nog aan het woord, hij had zijn woede een plek gegeven: “Er zijn daar ook regels natuurlijk, maar die begrijp ik.”
Ik vind het onthutsend dat het regels zijn die mensen doen besluiten hier alles op te geven en ergens anders in de wereld opnieuw te beginnen. Canada is ver weg, maar ook weer niet.
In mijn kindertijd in de jaren vijftig waren er ook veel mensen die emigreerden, ook naar Canada. En naar Australië. Ook vrienden en kennissen van mijn ouders. Een keer ben ik mee geweest om te gaan zwaaien op een kade in Rotterdam. Weet niet meer wie het waren die vertrokken. Jammer dat ik dat niet meer kan vragen. 
Ik herinner me het grote, vrolijk versierde schip dat daar in de dunne mist lag. En natuurlijk het zwaaien dat doorging tot het schip niet meer te zien was. Ik hoorde toen voor het eerst `nooit meer’. Dat zeiden mijn ouders tegen elkaar: “Die zien we nooit meer terug.” Ik zag dat ze bedroefd waren en ook wat in de war. In de trein op weg naar huis waren ze stil. Ze keken naar buiten, naar het landschap van het kalme, onvolledige Nederland. Dat `onvolledig’ maak ik er nu van. Dat komt door mijn moeder die eenmaal weer thuis verzuchtte: “Ja, ze zoeken daar iets wat ze hier niet kunnen vinden.” Ze deed haar best dat hoopvol te zeggen.