Jano van Gool

In de Pers

Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Zonnetje

Natuurlijk las ik gisteren ook het interview met de voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO-NCW. Nou ja, of dat zo natuurlijk is, weet ik ook niet, ik lás het. Die voorzitter, Hans de Boer, is een man van duidelijke taal. Met wat er in duidelijke taal beweerd wordt, hoef ik het niet altijd eens te zijn, maar ik houd er wel van. Van onduidelijke taal niet, want daarvoor is taal geen taal geworden. Ik begrijp anderen graag. Hij verzet zich tegen uitkeringstrekkers. Dat woord mag niet, zegt hij. Wist ik niet. Hij noemt ze `labbekakken’. En voegt eraan toe groot respect te hebben voor Oost-Europeanen die hier werk opknappen dat de Nederlanders zelf niet willen doen. Ik heb volgens mij niet de politieke kleur van Hans de Boer, maar zat toch een beetje vaag te knikken, terwijl ik meteen ook verdwaalde in zo’n uitspraak. Ik denk dan: ja, die Oost-Europeanen kiezen daar zelf voor. En tegelijkertijd denk: maar dat komt doordat ze niets te kiezen hebben in hun vaderland. En er zijn dus Nederlanders die hun neus ophalen voor werk wat ze gewoon kunnen doen. Dat wist ik natuurlijk wel, maar ik denk daar niet graag aan. Waarom niet? Ik geloof dat ik het moeilijk vind toe te geven dat ik een hekel heb aan mensen die niets doen terwijl het ook anders zou kunnen. En als ik eerlijk ben: wat heb ik tegen niets doen? Ben een groot voorstander van vrijheid blijheid. En ook ben ik de laatste die zal zeggen dat ze van mijn centen niets kunnen doen, want ik denk zelden aan `mijn centen’. Maar toch. Toch wat? Hans de Boer zegt dat driekwart van de bijstanders aan het werk moet. De interviewer vraagt dan of hij het dan ook over de hoger opgeleiden heeft. Die vraag irriteert me, want waarom zou hij het niet over hen hebben? De Boer antwoordt: `Ja, natuurlijk. Die kunnen toch ook gewoon asperges steken, in het zonnetje, met de radio aan? Wat is daar fout aan?’ Prima laatste vraag, maar ja.