Overal iets van maken vind ik een avontuurlijk beginsel dat ik al ongeveer mijn hele leven koester. Bijvoorbeeld de schoonheid zien van het begin van een dag die waarschijnlijk veel te warm gaat worden. Gisterochtend vroeg leek die warmte nog een schilderij waarnaar je graag lang kijkt, staalblauwe lucht, vogels die trager vliegen dan anders, meisje op de fiets met nog natte haren en in een witte zomerjurk, dat alles dus in veelbelovende stilte. Alsof de hitte nog even de adem inhoudt. Dadelijk gaan we misschien anders piepen, maar nu is dat nog niet aan de orde.
Paar jaar geleden hield ik op met te beweren dat ik vast van plan was de Vierdaagse te lopen. Hoe lang deed ik dat wél? Toch gauw een jaartje of veertig, denk ik. Af en toe maakte ik de fout er op deze plek over te schrijven. Dat ik een trainingsschema had opgesteld. Uiteraard liep ik niet alleen, nee, een paar vrienden en één vriendin deden mee. Mijn schema was hun bekend. Het was lange tijd ieder jaar hetzelfde schema.
“Dinsdag wordt het heel erg!” Dat hoorde ik afgelopen weekend om de haverklap. En met heel erg werd bedoeld: warm. En niet een beetje warm: verschrikkelijk warm. Ik ben meteen geneigd te zeggen dat het wel mee zal vallen, maar dat houd ik voor me. Misschien valt het inderdaad niet mee, maar na dinsdag is het weer woensdag en over een paar weken zie je als je goed kijkt al een beetje herfst in de hemel en zijn er mensen die op volle kracht rekenen op een Elfstedentocht.
Om alles beter te begrijpen stel ik me voor dat boeren voor mijn deur staan te toeteren en schreeuwen. Zij vinden immers dat ik iemand ben die hen zou kunnen helpen, maar dat niet doet. Waarom zouden ze anders naar mijn huis komen? Ik zeg niet dat ik hun woede en wanhoop niet begrijp, maar dat geschreeuw en getoeter wil ik niet, waarmee ik niet beweer dat het strafbaar moet zijn. Strafbaar vind ik nogal wat. Nee, nogmaals, ik wil het niet. Maar zij dus wel.
In de zeer vroege ochtend, het is eigenlijk nog nacht, late nacht, ik kan niet slapen, loop ik naar thee te zoeken, zet de radio aan en hoor dat het gaat over iemand die pás ontdekt heeft biseksueel te zijn en daarom tegen van alles aanloopt. Komt door de verwarrende identiteit. Misschien vat ik het onbeholpen samen, maar het is, nogmaals, ontzettend vroeg op de dag. Ik begrijp wat er wordt gezegd, maar vind het een pittig onderwerp voor dit uur. Alles moet nog beginnen. Terwijl ik ook begrijp dat je tegen van alles aanloopt als je worstelt me je identiteit.
Een vriend vertelt me dat zijn koffer nu ook is gearriveerd. Zelf was hij vorige week zaterdag al thuis. Zijn koffer maakte nog een omweg via Parijs, Orly Airport, en werd gisteren keurig thuis bezorgd door iemand van Schiphol. Daarvoor had hij van alles moeten regelen, maar dat doe je dan. Dat laatste vind ik even bedrukkend als vaststellen dat je koffer niet op de bagageband staat, terwijl je na een reis van tien uur uitzinnig naar huis verlangt.
Mijn boekhandelaar ziet er ontregeld uit. Hij zegt: “Het laatste halfuur kwamen er al twee keer jongens langs die vroegen of ik een heitje voor een karweitje had.” Wist niet dat het nog bestond, heitje voor karweitje, en zeg dat het bijzonder is dat padvinders het nog doen. Mijn boekhandelaar kijkt verbaasd en ik zie dat mijn opmerking volstrekt passé is, dat er helemaal geen padvinders zijn die langs de deuren gaan, maar gewoon jongens die wat vakantiegeld bij elkaar willen sprokkelen. In een tijd vol personeelsgebrek is het handig. Klein gat in de markt.
Wat je nooit meer ziet, is bermtoerisme. Inderdaad, een woord uit een andere tijd. Niet dat ik het mis, maar mij interesseert altijd waarom iets ineens verdwijnt, niet helemaal ineens, maar wel min of meer. Er zijn natuurlijk minder bermen die zich daartoe lenen, maar zoals voor bijna alles geldt: voor wie echt wil is haast niets onmogelijk.
Waarom begin ik nu ineens over Arie Boomsma? In mijn omgeving zijn veel mensen die een beetje raar lachen als je Arie Boomsma ter sprake brengt. Weet niet waarom. Waanzinnig positieve man, misschien is dat het. Ik leg het uit. Waarom ik over Arie Boomsma begin dus.
Raar nieuw woord: Rolexroof. Terwijl ik nooit aan Ali B denk, gelukkig, nu even wel, want hij was er ooit het slachtoffer van. Horloge kostte 20.000 euro. Oog in oog met de struikrovers stond hij het meteen af. Met zijn collega Lil Kleine was ook zoiets aan de hand. Het fijne ervan weet ik niet meer, maar hij is iemand van wie het fijne me nauwelijks interesseert.