Natuurlijk dacht ik gisteravond om kwart voor negen: nu beginnen ze. En ik wist ook met welk nummer, hoe dat klonk en de sensatie die het teweegbracht in de volle Johan Cruijff ArenA. Dit jaar kostte het geen moeite te beslissen dat ik er niet heenging. De vorige keer wel, want toen wist ik dat ik het nooit meer zou doen. Wat sloot ik toen af?
Steeds minder denk ik aan de sociale verlamming die corona veroorzaakte, terwijl de overheid me niet het gevoel geeft dat ik me moet instellen op een nieuwe golf. Misschien moet ik mijn eigen plan trekken, er zijn andere bronnen. Wel hoor ik vaak mensen zeggen dat ze `voor het eerst sinds corona’ weer iets ondernemen. Soms zeg ik het zelf ook.
Aangenaam te lezen dat minister Christianne van der Wal zo van de gezelligheid is. Stond gisteren in deze krant. Ik wist het niet, ook niet dat ze de gezelligheid moest terugbrengen binnen de VVD. Nu is dat altijd een breekbare gang van zaken, voor gezelligheid zorgen als die er niet is. Meestal is die er niet voor niets niet. Als je geforceerd met gezelligheid in de weer bent, blijf je roepende in de woestijn.
Misschien heb ik niet goed opgelet, maar ik las of hoorde nog nergens een spatje begrip voor de vrouw uit Monster die veroorzaakte dat Sander Dekker met zijn racefiets over de kop sloeg en zwaar gewond naar het ziekenhuis moest. Ze raakte hem aan in zijn snelheid of pakte hem zelfs bij de arm. Er wordt bij vermeld dat Sander Dekker voormalig minister voor Rechtsbescherming is en lid van de VVD. Maar in die hoedanigheden zat hij niet op de racefiets. Hij fietste daar vooral als fietser.
Nog nooit had ik hier een flitsbezorger aan de deur, om bijvoorbeeld een pizza te brengen. Zou dan het gevoel hebben dat ik die pizza razendsnel moet opeten om daarna dan nog sneller wat anders te gaan doen. Ik laat weleens een maaltijd afleveren, meestal afkomstig van hetzelfde bedrijf, maar dat is bepaald geen flitsbezorger. Altijd afwachten hoe laat die (m/v/x) komt. Met een bakfiets die er niet flitsend uitziet.
We hadden erop kunnen wachten: groene pleisters. Niet groen van kleur, ja, die zijn er ook, maar qua milieu dus, duurzame pleisters. Gek, maar ik heb er weleens aan gedacht wanneer ik een pleister weggooide: plakkerig vies dingetje, belast ik het milieu niet enorm? In de eerste fase van mijn leven stond ik nooit bij dat soort kwesties stil, misschien had het milieu toen minder last van ons. Of was het milieu veel weerbaarder. Of gedroegen wij ons van nature zorgvuldiger.
Tijdens de eerste minuten van de wedstrijd was het al duidelijk: de Noor Ruud was een paar maten te klein voor Nadal die tweeënhalf uur later voor de 14e keer Ronald Garros won. Toch keek ik met groot genoegen. Van het tennis van de Spanjaard krijg ik een tophumeur. Bovendien volg ik gefascineerd zijn dwangmatige handelingen.
Lelijke voorwerpen kunnen me fascineren. Zeker wanneer ze te koop zijn. Natuurlijk, subjectieve kwestie. Wat ik lelijk vind hoeft niet iedereen lelijk te vinden. Gelukkig niet.
Lukt niet altijd, maar in principe komen we eens per week bij elkaar, vaste avond, vast café, vriendgroep van zes mannen. We praten over wat we maken en meemaken, we duiden de kleine wereld om ons heen en behoeden elkaar voor cynisme en onverschilligheid. Twintig jaar geleden bleef het café voor ons open, hoe laat het ook werd. Dat hoeft inmiddels niet meer. Als ik later een verhaal over die avonden schrijf, zou het Steeds vroeger naar huis kunnen heten.
Van blije mensen word ik meestal ook blij. Had ik deze week bij het zien van de uitreiking van de Michelinsterren. In sommige van die restaurants kreeg ik meteen zin, maar ja, dan moet ik reserveren met de agenda bij de hand en daar nukkig doorheen bladeren: “Ja, ik zie dat we op 17 augustus een tafel vrij hebben.” Ik vraag naar nog een mogelijkheid. “Eens even zien. 9 september?”