De Koninklijke Nederlandse Schaatsbond heeft ook een afdeling die sectie Natuurijs heet. Uiteraard heeft die sectie een voorzitter. Ik las een interview met hem. Hij schaatst zelf niet, wat je opmerkelijk zou kunnen vinden, maar dat moet uiteraard kunnen. Er zijn meer mensen die niet schaatsen, ik bijvoorbeeld, niet uit principe, maar mijn lichaam weet zich geen raad met een glad oppervlak, zo simpel is het. Zou niet in me opkomen voorzitter te worden van de sectie Natuurijs.
Wanneer ik in alle vroegte de ochtendkranten van de deurmat pak, merk ik sterk dat ik dan ook een diepe buiging maak voor de bezorger ervan, voor alle bezorgers. Mijn eerste handeling van die dag, de kranten pakken, is niet te vergelijke met de hunne Mijn tweede handeling is de gordijnen openen en in één beweging de radio aan toetsen, terwijl ik me afvraag in wat voor code we vandaag zijn beland. Gisterochtend leek het me geel. En dat was ook zo, hoorde ik op de radio. Het treinverkeer had het nog moeilijk, want ja, die dekselse wissels.
Het openbare leven heeft al enige tijd zo’n beetje alle dynamiek verloren die het aantrekkelijk en tintelend maakt. Liever heb ik het nooit over het weer, want dat is er en dat is wel genoeg, maar nu zorgt het voor solidariteit. Hoeven we geen woorden aan vuil te maken. Die overkomt ons.
Er zijn grote en kleine historische gebeurtenissen. Over een jaar of tien, vijftien zeggen we tegen onze kinderen en kleinkinderen: “Ja, toen zat het hele land op slot.” Met natuurlijk de toevoeging: “Wees maar blij met wat je hebt.” Net zoals kinderen die geboren zijn in de jaren vijftig vaak te horen kregen: “Je hebt de oorlog niet meegemaakt.” Toevoeging: “Anders zou je wel anders piepen.”
Het einde van de Golden Earring was onvoorstelbaar. Afgelopen dagen is er veel over gezegd en geschreven, natuurlijk. De aanleiding is tragischer dan het gevolg, want het slotakkoord kon niet zo heel ver weg zijn, maar graag had ik meegedaan met het applaus. Het liefst in een niet al te grote zaal, zodat je echt in de buurt van de band bent. Ik ging er bijna altijd heen als ze in de nabije omgeving waren.
Een vriendengroepje waartoe ik behoor, komt eens in de paar maanden bij elkaar, om te eten, te drinken en onze levens te bespreken. Aan het begin van de avond maken we `het medisch rondje’: iedereen praat hooguit 3 minuten over kwalen en aandoeningen, ziekenhuisbelevenissen en verwacht verval. Daarna klaar en de komend uren niet meer. Als iemand er binnen 1 minuut over uitgepraat is, krijgt een ander die tijd er niet bij, 3 minuten is de max. Die gang van zaken is helder en kan ik aanbevelen.
Een vriendengroepje waartoe ik behoor, komt eens in de paar maanden bij elkaar, om te eten, te drinken en onze levens te bespreken. Aan het begin van de avond maken we `het medisch rondje’: iedereen praat hooguit 3 minuten over kwalen en aandoeningen, ziekenhuisbelevenissen en verwacht verval. Daarna klaar en de komend uren niet meer. Als iemand er binnen 1 minuut over uitgepraat is, krijgt een ander die tijd er niet bij, 3 minuten is de max. Die gang van zaken is helder en kan ik aanbevelen.
Het carnavalsvirus is sterker dan het coronavirus. Beweer ik niet, maar een burgemeester uit Limburg. Hij en zijn collega’s voorzien problemen. Carnavalsvierders die op geheime plekken bij elkaar komen om daar `uit hun dak te gaan’. Fysieke feesten worden dat genoemd. Nooit gedacht dat die aanduiding tot leven zou komen: fysieke feesten.
Mooie aanduiding: in het zicht van de haven. Komt ook doordat ik van havens houd. Een gedicht van J.Slauerhoff begint met “Alleen de havens zijn ons trouw”. Goed, in het zicht van de haven wil ik niet stranden of zinken. Ik weet niet hoe het gaat met de bevolkingsgroep waartoe ik behoor, maar ik neem aan dat ik voor of in het begin van de lente gevaccineerd word. Die hele bevolkingsgroep dus, liefst alle bevolkingsgroepen, maar ik moet geen rare dingen zeggen.
Lang geleden dat ik gekampeerd heb. Van die vakanties herinner ik me dat ik enorm kon mijmeren over mijn eigen bed, een douche die alleen voor mij was, en een simpele fauteuil waarin je een boek kon zitten lezen, zonder dat er de hele tijd mensen voorbij liepen met een toiletrol onder de arm en ook nog uit op een praatje. Die dagdromen maakten veel kampeermomenten zacht aantrekkelijk.