Aangenaam is het op een plek te wonen waar vaak scènes uit films worden opgenomen. Kan natuurlijk ook op een industrieterrein met veel vuil licht, maar daar woon ik dus niet. Over de filmopnamen komt vooraf altijd een brief, met verontschuldigingen voor de overlast en ook een korte uitleg waarover de film gaat. Raar, maar die brieven lees ik snel en nauwelijks aandachtig. Ik zie het wel, denk ik dan. Nou, gisteren zag ik het ook: rond de brug hier schuin tegenover waren versperringen aangebracht en stonden verkeersregelaars met belangrijke gebaren.
We kunnen zeggen dat het niet zo is, maar dat is niet waar: het is landsbelang, de nieuwe bondcoach. Hij beïnvloedt het nationale humeur. Zelf ben ik blij dat de naam van Louis van Gaal rond zingt, hoewel zingen niet meteen het woord is als je aan Van Gaal denkt. Laat ik meteen bekennen dat ik geen verstand heb van voetbal. Ik kijk er graag en vaak naar, dat is het, meer niet. Ik heb vrienden met een diep inzicht in het spel en een scherp geheugen voor belangrijke momenten uit de voetbalgeschiedenis. Als ik in hun gezelschap kijk, houd ik mijn mond.
Al twee maanden is de straat hier autovrij. Sindsdien vormen wij, bewoners, een kleine gemeenschap. Voorheen was dat niet zo, we kenden elkaar nauwelijks. Een rustige straat nodigt uit tot gesprekken en kwinkslagen. Interessant te zien hoe die gemeenschap zich ontwikkelt, welke belangen er gaan spelen. Sinds halverwege vorige week ligt er midden in de straat een gehavend matras. Daarop wordt steeds meer rotzooi geplaatst. De regen van de afgelopen dagen heeft het tafereel een naargeestige uitstraling gegeven.
De zorgzame samenleving kan ook verwarring veroorzaken. Graag loop ik op een vroege, stille zondagmorgen door de buurt, geen mens op straat, nergens nog iets aan de hand. De zichtbaarheid van stilte fascineert me altijd. Liefst denk ik niets, maar het kan ook gebeuren dat er juist meer ruimte komt voor gedachten waaraan ik te weinig aandacht besteed.
Extraatje. Op dat woord ben ik niet gesteld. Als iemand zegt dat je dat krijgt, ga je automatisch braaf knikken, terwijl je dat helemaal niet wilt, braaf knikken. Helemaal erg wordt het met de toevoeging: “Want dat heb je wel verdiend.”
Fijn hoor, dat interview met de nieuwe `baas’ van de NS, topvrouw Marjan Rintel, gisteren hier in de krant. Het stralende woord `topvrouw’ schrijf ik graag op. Natuurlijk zegt ze `aan het roer’ te komen van `één van de mooiste bedrijven van Nederland’. Is weer eens goed zoiets te horen. In geen enkele treinreiziger zal dat immers opkomen, maar misschien is het wel gewoon waar.
Nieuwe woorden kunnen veel over de staat van het land zeggen. Ik lees bijvoorbeeld: prettest. Mensen melden zich voor een coronatest zonder dat ze klachten hebben: heet prettest. Zelf zie ik me dan bij de GGD aanbellen in clownspak: “Ja jongens en meisjes, clown Thomassie hier voor de prettest! Maar eerst even jongleren in de wachtkamer. Sapperdeflap! Niet zo ernstig kijken.”
Op de deur van een huis hier om de hoek hangt een briefje aan een stukje plakband. Er is een brievenbus, maar blijkbaar moet het briefje óp de deur. De bewoner moet het zien vóór het openen van de deur. Briefjes in het openbare leven kunnen me interesseren. Zijn niet voor mij bestemd, maar ja, openbaar leven is openbaar. Als ik in het winkelwagentje van de supermarkt een achtergebleven boodschappenlijstje zie liggen, kijk ik daar ook even naar. Lezen is een groot woord. Soms schiet een woord omhoog: gezinspudding bijvoorbeeld.
“Betaalt u cash of met pin?” vraagt het meisje bij de kassa. Ik sta in een filiaal van een drogisterijketen en weet niet wat het goede antwoord is op deze vraag. Als ik cash zeg, maak ik volgens mij een slechte beurt en doe ik net alsof er niets aan de hand is om ons heen. “Pin,” zeg ik. Het meisje wijst naar links: “Moet u bij de zelfscankassa zijn.” Ze heeft grote vriendelijke ogen vol verwondering.
Zaterdag hoorde ik radionieuwslezer bekendmaken dat de oliebollenkramen dit jaar niet op 1 november in werking treden, maar al op 1 oktober. Waarom dat is, zei de nieuwslezer er niet bij. Waarschijnlijk omdat we steeds ongeduldiger worden. Ik wist trouwens niet dat oliebollenverkopers dat niet zelf mochten bepalen, maar dat de overheid een vinger in het vet heeft. De laatste volle week van augustus begint, volgende week zit de r al in de maand, de pepernoten komen in de schappen van de supermarkt, het jaar begint op te schieten.