Gebeurt niet iedere dag, maar vaak tref ik in een van de kranten die ik ’s ochtends lees een zin aan die me niet loslaat. Bijvoorbeeld door een stralende of duistere veelzeggendheid. Gisteren was het er een in deze, op de voorpagina: “Bij recreatieplas De Kuilen bij Mill zette de beheerder de parkeerplaats op slot, maar een aantal recreanten negeerde het verbodsbord en uitte dreigende taal.”
Zaterdagochtend was ik vroeg in de supermarkt. Op een warme dag is het aangenaam dat zo snel mogelijk achter de rug te hebben. Bovendien is het nog vrij rustig. Uurtje later vindt iedereen het belachelijk voorzichtig te zijn.
Bijna altijd druk ik mijn telefoontje meteen uit als een gesprek begint met: “Heb ik het genoegen te spreken met de heer…” Dan korte stilte. “Met de heer T. Verbogt?” Ik weet genoeg, héb al gezegd: “Met Thomas Verbogt.” En dan toch die vraag. Ik moet zeggen: “Nee u spreekt met Vladimir Stepanovitsj.” Maar dat zeg ik niet.
Over de atoombom werd in mijn vroege jeugd met angstig ontzag gesproken, door mijn ouders en hun vrienden. Wát als die niet op Hiroshima was gevallen? Hoe zag de wereld er dan uit?
Vallen binnenkort nogal wat cafés ook onder code oranje? Nou ja, veel mensen trekken zich daar niets van aan, `We houden van oranje, om zijn daden en zijn doen’. Ze zeggen dat ze het zelf wel uitmaken. Ooit kon je zo’n standpunt sterk noemen. Als je naar een oranje vakantieland bent geweest, en waarom niet als je het zelf wel uitmaakt, moet je daarna een tijdje in thuisquarantaine. Dat is in ieder geval de bedoeling, maar daar hoeft natuurlijk niemand zich wat van aan te trekken, want: “Ik maak dat zelf wel uit.”
“Doorgaan met ademen, Thomas! riep de coach gisterochtend. Ik was op de fitnessclub met felle gewichten in de weer en vond het een prima advies, ook voor de rest van de dag. Je bent zinnig met je leven bezig als je niet uit het oog verliest dat je moet doorgaan met ademen. Toch was ik er met mijn gedachten niet helemaal bij, want ik dacht aan het werk dat ik dadelijk thuis zou doen, als thuiswerker dus. Dat was gisteren meer dan op andere dagen, onder meer eindelijk beginnen met een kerstverhaal dat eind van de maand naar de drukker moet.
Deze week is het 50 jaar geleden dat Toppop voor het eerst werd uitgezonden. Programma bestaat al lang niet meer, maar wie iets ouder is dan jong zal het zich vast herinneren. Het begon in een tijd waarin er nauwelijks mogelijkheden waren popartiesten te zien, vandaar de populariteit.
Paar jaar geleden bezocht ik in Denemarken het Louisiana Museum of Modern Art, in de buurt van Kopenhagen. Denemarken vind ik een mooi land, maar niet echt spectaculair, wat ook niet hoeft, maar dat museum is dat wel.