Gisterochtend keek ik naar het televisieprogramma WNL Op Zondag. Komt er nooit van en daarom weet ik veel niet. Bijvoorbeeld dat er vanaf april in de Beekse Bergen iets unieks aan de hand is. De heer Lips en zijn aardige dochter Leentje zaten bij Rick Nieman op de bank. De familie Lips is eigenaar van veel attracties in Nederland, onder meer van de Beekse Bergen. Daar kunnen we vanaf komend voorjaar op safari.
Zeker weten doe ik het niet, maar volgens mij kreeg ik als kind eens een verjaardagskaart van Donald Duck. Die kaart zorgde voor grote vreugde. Ik wist natuurlijk ook wel dat Donald Duck alleen maar bestond in de verhalen in het weekblad, maar toch vroeg ik mijn moeder hoe hij kon weten dat ik jarig was. Mijn moeder antwoordde vrolijk dat Donald Duck dit soort dingen nu eenmaal wist.
De komende weken wordt 2017 gefileerd, het beste dit, het slechtste dat, opmerkelijke verschijnselen, opvallende personen, nieuwe dingen. Ik houd ervan, vooral als ik een mening moet mobiliseren die daarvoor een sluimerend leven leidde.
Uiteraard was ik gisterochtend gealarmeerd toen op de radio Tes tendres années van Johnny Hallyday werd gedraaid. Er moest dus iets met Johnny zijn, want spontaan iets van hem te gehore brengen, nee, dat zat er nooit in. Het lied was ooit in dit land een succes. Willeke Alberti zong een vertaling, Spiegelbeeld – wie kent het niet? En na het lied kwam dus het bericht: Johnny Hallyday is overleden. Ook zijn leeftijd werd genoemd, maar die vergat ik onmiddellijk, wat komt doordat Johnny Hallyday eigenlijk geen leeftijd had.
Sinterklaas is weer vertrokken, maar gisterochtend was hij dat nog niet en de dag begon zoals alle 5 decembers hier beginnen: om 8 uur klinkt het heldere gezang van een kinderkoor door de straat, oude sinterklaasliedjes en ook nieuwe, de straat zelf is nog leeg en daar komt tegen half 9 verandering in, want dan stroomt die langzaam vol kinderen en hun ouders, allemaal vrolijk gespannen.
Ineens waren ze verdwenen, dachten we, de vrouwen die we parfummoeders noemden, werkzaam op de cosmetica-afdeling in het Grote Warenhuis. Twee keer per jaar kwam ik daar, de dag voor Moederdag en in de Sinterklaastijd. Het waren vrouwen van middelbare leeftijd, tot in de puntjes verzorgd, met een lentegeur om zich heen en in een uniform dat een geruststellende uitstraling had. Je hoefde ze niet te zoeken, ze kwamen gewoon naar je toe en stelden na een korte zachtmoedige gedachtewisseling meteen een juiste vraag: “Houdt moeder van natuurlijk geuren?”
Op de radio hoor ik een gesprek met een zanger van het levenslied. Zijn naam verstond ik niet, er zaten veel letters in. Hij maakt deel uit van een beroepsgroep waarmee ik maar een dunne band heb. Dit is geen waardeoordeel, het genre ligt me niet zo. Dat wil niet zeggen dat het aan me voorbijgaat. Misschien zou ik dat graag willen, maar het is onmogelijk.
Eergisteren speelden zangeres Beatrice van der Poel en ik onze voorstelling in theater Orpheus in Apeldoorn. Naast onze kleedkamers was een kleedkamer die me fascineerde. Op het bordje naast de deur stond in grote, ferme letters Meiden!. Met een uitroepteken dus. In het theater was ook `een te gekke familiemusical’ te zien: Ali Baba en de 40 rovers. Een verhaal uit mijn kindertijd dat mijn vader vaak moest vertellen. Ik herinner me een grot en de woorden Sesam open u.
Als ik de spiegel in de gang passeer, kijk ik er verrast in. Dat is niet vanwege mijn hoofd, maar ik oefen voor pakjesavond. Altijd is er immers een cadeau dat ontzettend goed bedoeld is, maar waarmee je je geen raad weet. Het gedicht waarschuwde al: Je hebt nog steeds geen winterbanden/Daarom komt Sint niet met lege handen/Hij heeft iets reuze nuttigs gekocht/Voor die onvoorzichtige Thomas Verbogt.
Zie je niet zo vaak meer: fiets staat ondersteboven voor de deur, vader verricht er een reparatie aan, zoon kijkt toe, met vage belangstelling – waarschijnlijk zou hij het liefst iets anders doen, maar dat kan hij niet maken. De vader is mijn buurman. Het is een tafereel dat ik in mijn buurt nooit zie. Kan best zijn dat het aan de buurt ligt, allemaal verwende mensen die meteen met de fiets naar de fietsenmaker gaan, maar misschien is het ook wel iets uit een andere tijd, toen iedereen ook de auto nog op zaterdagmorgen ging wassen, met de tuinslang.