Soms moet je zwakke punten gewoon maar toegeven: ik weet nog steeds niet, echt waar, wat verzadigde en onverzadigde vetten zijn. Is me al vaak uitgelegd en ik luisterde altijd aandachtig, steeds bleker wordend, maar blijkbaar is het geen informatie die ik muurvast opsla. En ik voeg er meteen aan toe: misschien wil ik het wel niet. Terwijl ik er toch aan hecht gezond te leven en ook min of meer in de gaten heb hoe dat ongeveer moet. Bij gezond leven hoort kennis van verzadigde en onverzadigde vetten.
De eerste hevige storm in mijn leven maakte ik mee eind januari 1953. Ik was zeven weken oud en mijn ouders en ik logeerden in de geboorteplaats van mijn vader, in het diepe westen van Brabant, tegen de grens van Zeeland aan. Natuurlijk was ik me niet bewust van die storm, maar toch is hij ergens in mijn herinneringen. Een vriend van me herkende als erg jong kind de muziek die zijn moeder vaak draaide toen ze zwanger was van hem. Het zijn geen herinneringen, het iets wat eraan voorafgaat.
Volgens mij was het begin jaren negentig: ik woon nog in Arnhem en word gebeld door een scholiere. Ik ken haar ouders, haar maar vaag. Ze zit op het gymnasium en houd daar een spreekbeurt, over mij en mijn boeken. Of ik zin heb ook te komen, want misschien zijn er vragen en dan is het handig als ik er ben. Zo’n verzoek heb ik nog nooit gehad, maar daarom vind ik het een aantrekkelijk voorstel.
Me erg druk maken om die Camiel lukt me nog steeds niet, hoewel ik dat `wederzijds handgemeen’ boeiend vind. Hij en zijn advocaat hebben daarover nagedacht en langdurig gesproken: hoe het te noemen? Met een eenzijdig handgemeen kom je niet weg natuurlijk. Waarschijnlijk begint ieder handgemeen zo.
Gelukkig is het 2 januari! Het jaar is nu pas echt begonnen. En wat er met 1 januari aan de hand is, kan ik nog steeds niet zeggen, maar ik ken niemand die geen moeite heeft met die dag. Wakker worden met een mooie oudejaarsavond in gedachten, misschien een beetje suizend hoofd, er hoeft verder nog niets, wat kan erop tegen zijn?
Natuurlijk hebben we het zelf bedacht: dat overmorgen een nieuw jaar begint. Woorden voor de voortgang van de tijd. En cijfers natuurlijk. Dat hebben we nodig om onze levens te kanaliseren, om afspraken te maken die onze bezigheden behapbaar maken. Ja, ik loop even door een paar open deuren, maar dat mag op het einde van het jaar. Is goed voor de onbevangenheid en de schone lei waarmee we maandag beginnen.
Hoe de constructie heet, ben ik kwijt. Ik heb het over vuurwerk. In het Journaal zag ik dat er iets nieuws bedacht was: je kon vuurwerk met elkaar verbinden, zodat je maar één lont hoefde aan te steken voor een heleboel sensatie.
Pas gisterochtend zette ik de radio aan om me weer op de wereld aan te sluiten. Kerstavond en eerste kerstdag was ik ver weg van het nieuws. Het hoefde even niet. Misschien is die instelling niet goed, omdat je dan je ogen sluit voor de werkelijkheid. Maar soms wil ik dat, mijn ogen voor de werkelijkheid sluiten. Volgens mij heeft dat ook nut, ook al kan ik dat nu niet omschrijven.
Op de radio hoorde ik al een paar keer een winkelier zeggen morgen en overmorgen `een gekkenhuis’ te verwachten. Dat richten we met ons allen aan, want we moeten tot het laatste moment boodschappen doen, en niet zo’n beetje ook. Velen van ons zijn zelfs in lichte paniek.