Afgelopen dagen zagen we president Trump vaak een handtekening zetten, geen momenten die optimistisch stemmen. Decreten zijn het. Telkens als hij er een heeft ondertekend, laat hij dat zien, trots op zijn handtekening. Het lukt me niet zijn manier van denken te begrijpen, maar de trots op die handtekening snap ik wel. Is niet niks, iedere keer een klein werkstuk, waarover hij ongeveer tien seconden doet.
Hier in de buurt is een slijterij die World of Nix heet, beetje sombere naam, je zou kunnen denken dat daar alles ophoudt, maar het is een monter bedrijf. Ze verkopen daar uitsluitend dranken zonder alcohol, geen limonade, maar drank waarvan je gewend bent dat er juist wel alcohol in zit, maar daar dus niet. Het loopt er goed, geloof ik, maar nu nog beter omdat er veel mensen aan Dry January doen. Waarom dat in het Engels is, geen idee, misschien omdat het dan wat steviger klinkt, in ieder geval internationaler.
Als je werk maakt van 30 dagen zonder klagen, heb je een zekere verantwoordelijkheid. Je moet bijvoorbeeld ingrijpen als er in je omgeving geklaagd wordt. Je zegt dat je dat niet tolereert, groot woord misschien, maar je houdt ook niet je mond als je niet verdraagt dat er in je huis gerookt wordt en iemand losjes de brand in een sigaret jaagt. Dan zeg je dat je dat niet wilt hebben. Je hoeft niet meteen te schreeuwen, nee, rustig. Desnoods leg je ook uit waarom. Zoiets valt uit te leggen, kan zelfs leerzaam zijn.
Het fijne weet ik er nog niet van, maar als het fijne echt fijn is, overkomt het me vanzelf. Maar het bericht versier ik met bonte slingers en ook blaas ik blij op de loftrompet. Waar heb ik het over? Over de topcampagne die uit België komt: 30 dagen zonder klagen. Briljant. Het gaat, geloof ik, vooral over klagen op onze werkvloeren, maar ik trek het graag in één wilde beweging door naar de samenleving in z’n geheel.
Altijd voel ik lichte weerstand wanneer iemand een zin begint met: “Je gaat me toch niet vertellen dat…” Gaat dan om iets wat je juist graag wil vertellen. Of graag, dat misschien dat niet, maar wat je wel belangrijk vindt. Wind wordt je uit de zeilen genomen. “Je gaat me toch niet vertellen dat je geen last hebt van januari?” Januari zit vol blauwe dagen, maar vandaag is officieel blauw: Blauwe Maandag – maar dan in het Engels, want het betreft hier internationaal onbehagen.
Hij ziet eruit alsof hij lang harde tegenwind heeft gehad, maar dat heeft geen invloed op zijn goede humeur. Een tevreden lach wijkt niet van zijn gezicht. Schuin tegenover het huis hier buigt hij zich over een bak vol grieperige planten. Zelden zag ik iemand zo secuur een plantenbak bestuderen. Hier en daar plukt hij wat onkruid weg dat hij hard, bijna bestraffend op straat smijt.
Als er een groot conflict in de wereld wordt opgelost, komen er in de Nederlandse praatprogramma’s altijd deskundigen aan het woord die precies weten hoe het zit. Die overtuiging dragen ze op volle kracht uit, ze dulden weinig tegenspraak en het is allemaal zo stellig dat je je afvraagt waarom zij niet eerder aan de onderhandelingstafels zijn gevraagd, dan was het allemaal een fluitje van een cent geweest.
Uitstekend dat Arnhemmers brieven van de gemeente mogen terugsturen als ze die niet helemaal of helemaal niet begrijpen. Ik hoor dat het niet alleen in Arnhem mag, maar ook in andere plaatsen. Iedereen zou het mogen, nee, moeten doen. Zelden komt er een brief van de overheid waarin wat staat waarin je meteen zin krijgt. Altijd gaat het om iets wat je moet of wat je fout gedaan hebt of helemaal verkeerd begrepen, maar hoe het precies zit, zou je met geen mogelijkheid kunnen zeggen. Het stáát er wel, maar het staat er ook niet.
Er zijn gelukkig nog veel berichten die vrolijk stemmen. Bijvoorbeeld dat zondag honderden Londenaren in onderbroek met de metro reisden. Project heeft zelfs een naam: No Trousers Tube Ride. Is ooit begonnen in New York, en heeft zich daarna over de wereld verspreid. Hoewel ik de wereld strak in de gaten houd, heb ik daar niets van gemerkt. Misschien was ik even ergens anders mee bezig.
Stel: ik breng mijn auto ter reparatie naar de garage. “Gaan we doen,” zegt de chef van het bedrijf. Paar dagen gebeurt er niets. Ik informeer en hoor dat ze niet precies weten wat er aan de hand is en daarom ook nog geen idee hebben van een oplossing: “Nog even geduld, alstublieft.” Na weer een week meld ik me beetje ongeduldig. De chef zegt dat ik me geen zorgen moet maken, want: “Ik merk sterke motivatie bij mezelf en mijn collega’s om te repareren.” Ik probeer hier iets van te denken, maar ik weet niet wat.