Mijn sinterklaasinkopen doe ik zoveel mogelijk in fysieke winkels. Altijd beetje rare benaming gevonden. Je zegt nooit: “Ik ga even naar de fysieke winkel.” Klinkt alsof je bordeelbezoek aankondigt. Maar we snappen waarom het zo gezegd wordt.
De voorzitter van de Belangenvereniging Pyrotechniek Nederland zegt dat ze zich tegen het vuurwerkverbod gaan verzetten. Ik lees twee argumenten. Het eerste is dat de IC´s niet overbelast worden door slachtoffers van pyrotechnische pret. Blijkbaar heeft Diederik Gommers dat gezegd. Zal vast waar zijn, maar er zijn mensen die opportunistisch met deze uitspraak omgaan. Ze negeren dat de Spoedeisende Hulp het tijdens en vlak na de jaarwisseling érg zwaar heeft.
Er is een woord waartegen ik altijd opzie, en ik was benieuwd wanneer ik het dit jaar voor het eerst zou tegenkomen. Was gisteren: kerststress. Wordt meteen bij verteld hoe je die moet voorkomen: een to-dolijst maken, nu al, het is nog november. Als me wordt geadviseerd een to-dolijst te maken, voel ik weerstand. Ik heb het één keer gedaan met het oog op een lange vakantie ver weg. Toen ik de lijst had gemaakt, was ik een tijdje niet in staat me te bewegen. Als je voor zo’n lijst gaat zitten, maak je die langer dan strikt noodzakelijk is.
Nederlanders en feesten, het is wat. Dwingende combinatie. Feesten dus als werkwoord: ik feest, jij feest, wij feesten. Zal er de komende tijd vaak over gaan, misschien wel het komend jaar: hoe moet het volgende winter wanneer Oranjefans zich in Qatar verzamelen? Hoe het Nederlandse elftal het doet, is belangrijk, maar de mogelijkheid overal te feesten misschien nog wel belangrijker.
In een artikel over ons koopgedrag, gisteren in deze krant, las ik hoe je het beste je slag kunt slaan. Bijvoorbeeld kerstversiering en een kunstkerstboom kopen ná Kerstmis, want dan zijn die goedkoper. Regeren is vooruitzien, ik stel me voor dat ik op een van de laatste dagen van het jaar met een kunstkerstboom over straat loop. Van dat tafereel moet ik sterk herstellen.
Soms verlang ik terug naar de tijd van de filterkoffie. Die was nooit op. De koffiecapsules wel, altijd inééns. Is mijn eigen schuld, vind ik dan hardop, ik moet me niet zo aanstellen met die cups, ook nog per se met een nummer, in mijn geval nummer 11, zogenaamd lekker sterk. Maar ja, dadelijk komt er bezoek en ik doe al levenslang mee met de tuttige gewoonte meteen koffie aan te bieden.
Bondscoach Louis van Gaal vindt het niet logisch dat de wedstrijd van vanavond tegen Noorwegen zonder publiek moet worden gespeeld. Waarom niet? Ik citeer: “Er zijn heel weinig besmettingen in de stadions. Ik begrijp dat corona belangrijker is dan voetbal, maar dit is niet logisch nadenken. Het heeft met leiderschap te maken. Meneer Rutte is de leider van dit volk en daar mag je wat van vinden. In Portugal wordt dit door een generaal geregeld en die heeft het beter voor elkaar.” Hij zegt nog meer, maar hier staat al heel veel.
De belangrijkste dag van het jaar. Kijk, daarvoor was ik zaterdag stipt om 12 uur voor de televisie gaan zitten, om Dieuwertje Blok dát te horen beloven. Je hoort het niet zo vaak meer. Bovendien kan niemand zoiets zeggen zoals Dieuwertje dat doet. Je knikt meteen van harte. Misschien zijn er belangrijke dagen, maar nu even niet.
Wat ik al levenslang een ingewikkeld woord vind: verstandig. Nee, niet het woord, want dat is best mooi en klinkt degelijk, maar wat het betekent. Meestal is het gissen. Mijn moeder kwam in mijn kindertijd bijna altijd met een advies als ik het huis verliet, bijvoorbeeld om te gaan zwemmen: “Niet verdrinken, hè.” Misschien was het meer een aansporing dan een advies.
Het is een ouderwetse speelgoedwinkel. Voor de deur staat een beer met een zomers hoedje op die bellen blaast. Ik weet nooit of ik erbij moet melden dat het geen echte beer is. Ik kijk er graag naar, het is goed voor mijn humeur, ik zou zo’n beer best thuis willen hebben, midden in mijn werkkamer.