Eind jaren negentig was er een televisieprogramma dat Sex voor de Buch heette. Presentator was Menno Buch. Of ik het goed samenvat, weet ik niet, maar het ging over mensen die zich seksueel graag buitengewoon gedroegen. Dat is het woord: buitengewoon. Ik zag weleens een aflevering, maar daar herinner ik me nauwelijks iets van. Wel dat ik dacht: wat raar.
Paar jaar geleden moest ik aan een tijdschrift vertellen wat mijn mooiste woorden waren. Ik plukte vooral woorden uit de seizoenen, lentebries, zomeravond, herfstkleuren, en bleef uiteindelijk bij de winter hangen, sneeuw, ijsbloemen, en ook het woord `winter’ zelf. Als ik een zin hoor, waarin `winter’ voorkomt, voel ik meteen warme aandacht. Heeft ongetwijfeld met herinneringen te maken. Wakker worden en dan zien dat de wereld wit is geworden, stilte op een vroege winterochtend, winterlicht.
Als je niet héél veel geld hebt, wordt het steeds moeilijker een huis te kopen. In Nederland. In Italië niet. Op mijn bureau ligt een papier waarop staat dat er een kleine stad is, Pratola Peligna in de Apennijnen, waar een huis 1 euro kost. Heb niet veel verstand van geld, maar lijkt me niet veel. Hoe kan dat? Nou, dat stadje loopt leeg en het gemeentebestuur betreurt dat. Vandaar deze maatregel. Puntje is wel dat die huizen allemaal opgeknapt moeten worden.
Als iemand je vraagt of er `iets is’ (liever niet vragen) en je zegt dat je aan `een fijne herinnering’ denkt, kun je het dan daarbij laten of moet je wat over die fijne herinnering vertellen? Ik lees een artikel in de krant van gisteren. Daarin staat dat er allerlei apps zijn om je werkdag goed te regelen. `Productiviteitssoftware’ heet dat, geen woord waarbij ik me meteen thuis voel. Ik heb ook weinig met al die apps, maar ja, je kunt niet zonder.
Heb het niet gezien, gisteravond, een nieuw televisieprogramma: De grote kleine treinencompetitie. Wel las ik erover: modelspoorbouwers maken treinlandschappen, met een specifiek thema. André van Duin presenteert het, dus het zal een aantrekkelijk `concept’ zijn.
Altijd de vraag wat iemand met `het geld’ gaat doen. De Nederlandse econoom Guido Imbens wint de Nobelprijs, hij werkt in Californië, daar wordt hij uit zijn bed gebeld door een Nederlands radioprogramma met uiteraard de vraag hoe hij zich voelt en: “Weet u al wat u met het geld gaat doen?”
We hebben het er thuis over gehad: gaan we erheen als hier in de stad een uitvoering zou zijn van Beethovens Tiende symfonie, die maar ten dele van Beethoven is? Hij heeft die niet voltooid, een computer heeft dat gedaan. In Duitsland was die afgelopen weekend te horen. Ik heb niet gelezen hoe dat gegaan is. Misschien is dat ook het antwoord op de vraag of ik zou gaan luisteren: nee, het interesseert me niet.
In een hoek van het café speelt een jazzband, vier mannen, trompet, bas, gitaar en drums. Het is namiddag. Herfstlicht vloeit door de ramen, van dat mooie licht van oud goud. In het café is het niet druk. Ik ga met een krant in een andere hoek zitten, schuin tegenover de musici. Hun muziek past bij het betoverende licht, zacht melancholiek. Kort samengevat: kleine, tere momenten van topgeluk. Ze overkomen je zomaar. Zoiets valt ook niet te regelen.
“Ja, sorry hoor, maar zo zit ik nu eenmaal in elkaar.” Iedereen zal deze woorden kennen. Misschien zeg je die soms. Of zegt iemand anders ze tegen je. Meestal is er iets gebeurd wat misschien niet had moeten gebeuren. Excuses zijn nuttig en gewenst. En dan komt het dus: “Ja, sorry hoor, maar zo zit ik nu eenmaal ik elkaar.”
Weer een woord dat ik niet kende. Ik kwam het gisteren tegen in deze krant in een artikel over pretwinkelen. Dat laatste woord had ik ook nog nooit gehoord, maar het is een uitstekende vertaling van funshoppen. Wel weet ik zeker dat ik het nooit zal zeggen, pretwinkelen. Pret vind ik trouwens iets dat je zomaar overkomt, het is moeilijk te plannen, volgens mij dan, er zullen vast mensen zijn die daar erg goed in zijn.