Gek dat ik nu al niet meer weet hoe lang de smalle straat hier autovrij is. Nog niet zo heel lang, maar toch ook weer wel. Nou ja, niets is lang geleden. In ieder geval is het bijna onvoorstelbaar dat er ooit auto’s langs onze huizen reden, dat je moest uitkijken wanneer je de deur uitging. Er zijn fietsers en hun haast kan woedend zijn, maar tot nu toe veroorzaakten die nog geen ongelukken. Ik zeg nooit: “Afkloppen”.
Het Sinterklaasjournaal zag ik nog niet dit jaar. Maar te weten dat het er is, vind ik troostrijk. Ik stap wat later deze week in. Er is altijd iets aan de hand rond Sinterklaas, iets wat zijn aankomst kan belemmeren. Of er is wat kwijt. Ben liever met die kwestie bezig als die zich al een beetje heeft ontwikkeld. Als ik er getuige van ben hoe het allemaal ontstaat, word ik tot mijn verbazing ongeduldiger dan strikt noodzakelijk is, wat ongetwijfeld komt doordat ik niet tot de doelgroep behoor. Hoewel: Sinterklaas is er in principe voor iedereen.
Wat me fascineert is waarom er in kleine politieke partijen altijd gedonder is. En niet zo’n beetje ook. Is in grote partijen ook aan de hand, denk aan het CDA, en dat is ook onsmakelijk, maar toch anders onsmakelijk dan bij kleine partijen. Ontremde bende is het daar meestal. Nog niet zo lang geleden ontplofte de partij die Henk Krol oprichtte. Henk Krol trouwens zelf ook een beetje, maar dat zat er al lang aan te komen. Vaak hoor je dat men `rollend over straat’ gaat, een beeld dat ik altijd letterlijk neem en in mij de slappe lach kan losmaken.
De nieuwe Abba heb ik nog niet beluisterd. Zie er beetje tegenop. Bang dat die tegenvalt. Natuurlijk las ik er wel over en terwijl ik dat deed, kon ik me een voorstelling maken van de nieuwe liedjes die natuurlijk goed in elkaar zaten, sommige te zoet, wat mag, maar het merendeel dik in orde.
Dadelijk mag ik meedoen met het groot Dictee der Nederlandse Taal. Dat weet ik al enige tijd en zo nu en dan heb ik geoefend. Ik stuitte daarbij op een probleem dat ik destijds op school ook had: dat ik ga nadenken over wat de woorden in me oproepen in plaats van dat ik me concentreer op de wijze waarop ze gespeld worden.
Nuttig is het iets niet zo snel een probleem te vinden. Het bedrijf belooft dat de monteur tussen 8 en 10 komt. Ik wilde net opschrijven dat het probleem is dat er van deze belofte meestal weinig terechtkomt. Is begrijpelijk. Je bent niet de enige die de monteur moet bezoeken. Misschien heeft de klant voor jou een ongemak in huis dat veel meer tijd kost dan voorzien. Er is iets mis met het internet in huis. Is vaak het geval. Daarvoor kwam ook al vaak een monteur, maar de storing is nooit helemaal opgelost.
“Beter van niet,” zeg ik. Voor de supermarkt kom ik een kennis tegen die van knuffelen een manier van leven heeft gemaakt, bij begroeting, afscheid en ook vaak tussendoor, bij wijze van compliment of bevestiging. Het spijt me dat ik weer het woord `knuffelen’ gebruik, ik voel me er ongemakkelijk bij, maar ik kom er niet meer onderuit. Terwijl ik “Beter van niet” zeg, maak ik ook een afwerend gebaar, opdat de kennis goed begrijpt wat ik bedoel, want ze heeft de neiging overal doorheen te knuffelen.
Gistermorgen in een rustig café: ochtendkranten lezen, koffie, broodje, zachte muziek, hier en daar gesprekken op bescheiden toon, je waant je even niet in dagen die door lawaai, drukte en haast opgejaagd worden. Daarvoor kun je ook thuisblijven, maar ja, je wilt ook meedoen met de buitenwereld. Goed te merken dat er in die buitenwereld ook veel variëteit bestaat. In dat café weet ik: dadelijk op straat wordt alles weer anders.
Je hoeft niet overal iets over te zeggen. Soms zoek je naar woorden die vast wel ergens zijn, maar die je niet kunt vinden. En als je vindt dat je toch wat moet zeggen: “Ik heb er even geen woorden voor.” Is niet erg.
Als ik geld uitgeef, hoef ik dat in veel gevallen ook niet te doen. Ik heb het niet over levensmiddelen, hypotheek, gezondheidszorg, maar bezoek aan een restaurant is niet per se nodig, een boek ook niet, net zoals een kaartje voor een concert. Voor mij is het allemaal van gróót belang, maar als het niet kan, ben ik staat oplossingen voor dat ongemak te vinden, met grote tegenzin en onder luid protest.