Jano van Gool

In de Pers

Thomas Verbogt voegt met deze ontroerende roman een kunststukje toe aan zijn rijke oeuvre - Thomas Verbogt heeft met zijn ontroerende nieuwe roman Foto’s van zonnige dagen een prachtig kunststukje toege... - Vivian de Gier in: Het Parool lees meer
Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Wie?

In de Beurs van Berlage te Amsterdam is een fototentoonstelling te zien, getiteld `Onze koningin’. Helder. Ik passeer de ingang en hoor een lied van Ramses Shaffy, Zing huil bid lach werk en bewonder. Het wordt op orkaansterkte ten gehore gebracht en dat intrigeert me. Daarom ga ik naar binnen. De fototentoonstelling is bijzonder en ook weer niet, want alle foto’s ken ik, terwijl ik niet als een bezetene met foto’s van onze majesteit bezig ben. Ik heb vooral belangstelling voor foto’s van lang geleden, toen ze nog prinses was. Ze is bijvoorbeeld in haar werkkamer te zien en telefoneert olijk. Met zo’n groot telefoontoestel. Het bijschrift vertelt: `De prinses hanteert zelf de telefoon.’ Geruststellende informatie die me enorm onthaast. Op een andere foto pompt ze lachend de band van haar fiets op. In het bijschrift staat dat dit `misschien een minder mondaine bezigheid’ is. Ik merk dat ik instemmend knik en voel ik dat ik de foto bekijk door de ogen van onze ouders toen. In de tweede helft van de tentoonstelling is een foto te zien waarop ze met Tony Blair staat afgebeeld, genomen op een conferentie, toen Blair nog net niet de premier van Engeland was. Hij herkende haar niet en vroeg wie ze was. Haar antwoord: Beatrix. Hij vroeg: Beatrix wie? Zij: Gewoon Beatrix. Blair vroeg wat ze deed. Ze antwoordde dat ze koningin was. Dit soort gedachtewisselingen vind ik amusant. Als ik naar buiten loop klinkt nog steeds loeihard Zing huil bid lach werk en bewonder. Ze zal iets met dat lied hebben. Lijkt me juist.

Columns

  • Het is bekend dat we snel iets een probleem vinden. Dan gaan we een beetje hangerig praten en raar bezorgd kijken. Als iemand suggereert dat het misschien niet echt een probleem is, zeggen we ‘Ja, máár…’ en daar komt dan een heleboel achteraan, want het probleem zeurt om ruimte.... lees meer

  • Graag observeer ik, uiteraard ongezien, reizende echtparen. Reizende stellen, moet ik zeggen. Je krijgt dan weer inzichten in levens en over die inzichten kun je even nadenken. Daardoor kom je automatisch terecht in gedachten over onze samenleving en dat is nuttig, want iedere d... lees meer

  • Maandag las ik in deze krant over de snor. Maik de Boer, stylist, zegt: ‘De snor is een manier om jezelf meer stijl te geven en je in de kijker te spelen.’
    Vraag die dan meteen in me opkomt is: ‘Wil ik me in de kijker spelen?’ Vraag erna: ‘Wanneer deed ik dat voor het laats... lees meer

  • Altijd voel ik lichte wrevel als ik het woord ‘net’ hoor. Of erger nog: netjes. Een nette mevrouw. Een net jongetje. Netjes zitten.
    Als het woord mijn pad kruist, denk ik altijd aan mijn kindertijd, toen je heel veel netjes moest doen, netjes eten, netjes praten, nette kler... lees meer

  • Perron station Den Bosch, zaterdag: man en een vrouw, dertigers, met tussen hen in een meisje van een jaar of vijf, verkleed als heks, in het zwart, ook een grote zwarte punthoed, op haar gezicht zwarte vlekken, ook een op het puntje van haar neus. Ze heeft iets te grote, gloedn... lees meer

  • Om een station binnen te komen moet je door een poortje. Dat gaat open als je je kaartje voor een scanner houdt. Zelfde gang van zaken als je eruit wil.
    Wanneer ik in grote haast door het geopende poortje loop, dus erg snel, gebeurt het vaak dat iemand achter me door dezelf... lees meer

  • Wanneer het begon, weet ik niet meer, ergens ver weg in de vorige eeuw, maar ineens was die er: koopzondag. Vond het een érg lelijk woord. Veel mensen waren blij dat die er was gekomen, niet omdat het makkelijk was, maar om van de zondag wat te maken, tot dan toe een dag vol gee... lees meer

  • Had hier ook kunnen gebeuren, maar het was een Ierland: een spotje waarin grootouders gemaand werden eerst hun kleinkinderen om toestemming te vragen voordat ze hen gingen knuffelen. De slotwoorden van het overheidsfilmpje zijn: ‘Niet iedereen wil een knuffel, zelfs niet van men... lees meer

  • Derde dag van de wintertijd is begonnen. Nog even en we staan er niet meer bij stil, maar nu nog wel een beetje. Ik hoor mensen vaak zeggen: ‘Het is eigenlijk…’ en dan noemen ze het tijdstip van nu vóór de wintertijd. Vrij nutteloze informatie, maar ja, van gedachten over tijd r... lees meer

  • Wanneer ik op zaterdag, niet al te laat in de ochtend alsjeblieft, over de markt loop, heb ik het geruststellende gevoel dat mijn drukke woonplaats een dorp is geworden. Misschien is dat de voornaamste reden dat ik er heen ga. Er zijn makkelijkere manieren om levensmiddelen te v... lees meer

  • Woord waarvan ik onrustig word: klus. Of kleiner: klusje. Uiteraard is het niet het woord, maar wat het woord betekent of oproept. Woord dat ook te nonchalant gebruikt wordt. 
    Een nieuwe regeringsleider wordt gevraagd wat de plannen voor het land zijn. Antwoord is meestal v... lees meer

  • Gistermorgen keek ik even naar Goedemorgen Nederland dat ‘een fris ochtendprogramma’ wordt genoemd, waarschijnlijk omdat er vaker in gelachen wordt dan in andere actualiteitenprogramma’s. Daar is niets op tegen: aan het begin van de dag lekker lachen kan de energie voeden die no... lees meer

  • Als kind vond ik nieuwe schoenen lastig. Behalve dat ze nog lekker moesten gaan zitten (‘inlopen’ noemde de man in de winkel dat), was het vervelend dat ze er zo nieuw uitzagen. Je voelde je meteen een stuk braver dan je was, een veel te net jongetje. Je hoorde die eerste dagen... lees meer

  • Met een klein beetje vlees in een klein zakje verlaat ik de slagerij en dan springt op straat een niet al te grote hond fel blaffend tegen me op. Ik heb geen verstand van honden, maar zie wel wat mij aantrekkelijk maakt.

  • Als iemand tegen je roept ‘Nou zeg dan maar hoe je het wilt hebben!’ sta je in de meeste gevallen wat richtingloos op glad ijs. Je weet ook niet goed hoe je het wilt hebben, je hebt het liefst dat iemand dat voor je bedenkt.

Pagina's