Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

De Gelderlander

Dieren

In mijn omgeving is het niet sterk te merken dat de meeste Nederlanders in eigen land met vakantie gaan. Vrienden hoor ik zeggen: “Zondag gaan we rijden.” Dat zeg je niet als je naar de Veluwe gaat. Nee, naar `het zuiden’.

Volmaakt

Prettig de naam weer eens te horen: Lassie. De hond speelt de hoofdrol in een Duitse film die nu in onze bioscopen te zien is. Ik ga er niet heen, in mijn jeugd was er genoeg Lassie. We keken ernaar op de Duitse televisie die in het oosten van het land goed te ontvangen was. Het aanbod van televisieprogramma’s voor kinderen was groter. Hier hadden we alleen op woensdag- en zaterdagmiddag een kinderuurtje. Uurtje! Op de Duitse televisie was er iedere dag wel wat, onder meer dus Lassie.

Stap

Uitdrukkingen die ik nog niet ken en ook weinig hoor, noteer ik meestal. Zo hoorde ik een tijdje terug Madeleine van Toorenburg van het CDA zeggen over de SP: “Ja, die partij staat altijd met snoep voor de poort.” En Hans de Boer van het VNO-NCW kan er ook wat van. Hem werd iets gevraagd over een nieuwe ontwikkeling. Zijn reactie: “Dat heb ik nog niet voor de bril.” Of ik zelf dat soort zinnen zou uitspreken, ik denk het niet, maar ik luister er graag naar.

Platanen

Bij terugkeer van vijf weken elders bleek onze kleine omgeving veranderd: de straat was autovrij geworden. Twee roodwitte paaltjes aan de ene kant, twee aan de andere. Mijn eerste gedachten waren dom: waar laad ik de auto uit en waar zet ik die daarna neer? Was het verwende gewoontedier in mij. 
Ik liep een paar keer met de bagage op en neer en begon de straat langzamerhand een straat uit een andere tijd te vinden, een straat van ouderwetse kwaliteit, leeg, ruimte om buiten te spelen. Dat laatste doe ik niet meer, maar de mogelijkheid stemt me opgetogen.

Noordooster

Of ik het een goed idee vind, weet ik niet. Als je zegt dat je niet weet of je iets een goed idee vindt, vind je het meestal geen goed idee. Ik heb het over de wereld van Bommel die in Groenlo aan de provinciale weg N18 uit de grond wordt gestampt. Moet over een paar jaar klaar zijn, `zinnig vermaak voor dagrecreanten’. In de jaren vijftig is het al eens geprobeerd, in Oisterwijk, maar de belangstelling ervoor verflauwde al snel, terwijl de Bommelverhalen toen populairder waren dan nu.

Boodschappen

“Kunt u een muntje missen voor de opvang.” Iedereen die weleens een supermarkt verlaat, kent deze vraag. 
In de crisistijd – mogen we zeggen dat die voorbij is?- had ik nooit meer muntjes. Contant betalen mocht nergens, alles ging met het kaartje, zodat je ook niet zo hoefde na te denken over je uitgaven.

Zwaaien

Op mijn bureau ligt een artikel uit deze krant van dinsdag. Erboven staat: `Flirten met een mondkapje op, zo doe je dat’. Ik moet dat, geloof ik, juist niet doen, maar was toch geïnteresseerd en tegelijkertijd ook weer niet omdat het me onbarmhartig confronteert met kansen die ik laat liggen. 

Ochtendkou

Sportzomer is een woord dat paar jaar geleden in omroepland is ontstaan. Met hoofdletter. Aan alle seizoenen kun je het woord sport vooral laten gaan, want sport is er nooit niet. Maar er is iemand geweest die hardop vond dat de leegte van de vaderlandse zomertelevisie enige dynamiek moest krijgen. De opvatting is dat er zich minder actualiteiten voordoen, kijkers maand of drie niet zitten te wachten op series waaraan ze verknocht zijn, daarom maar veel sport, zo veel dat de zomer Sportzomer wordt.

Trottoir

De apotheek waarvan ik klant ben, is niet groot. Als je er zit of staat te wachten hoor je bijvoorbeeld waar een andere klant de zalf moet aanbrengen. Wil ik niet horen, maar het kan me helaas niet ontgaan.
Er mogen al een tijdje maar drie mensen tegelijkertijd binnen zijn, wat dus betekent dat je soms buiten moet wachten, wat verder niet erg is, ook omdat je dan niet op de hoogte bent van beklagenswaardige intimiteiten. 

Natuur

In mijn werkkamer kijk ik uit op een binnenplaatsje waar niets gebeurt. Deze zin schreef ik al vaker op, maar dat doe ik graag. De hele dag raak ik in diverse gebeurtenissen verzeild, maar als ik achter mijn bureau zit, wil ik vooral dat de gebeurtenissen in mijn hoofd een rol spelen. Daarom is dat binnenplaatsje goed, het helpt mijn hoofd. Het binnenplaatsje is ommuurd en aan een kant met veel groen begroeid. Ergens in de hoogte van dat groen moet een merelnest zijn, want de afgelopen dagen zag ik moeder merel er vaak met eten in haar snavel heen vliegen.

Pagina's