Voor de liefhebber is het een drukke dag vandaag. Eerst laat je hier en daar wat rozen bezorgen, met een kaartje erbij waarop je wat spannende Valentijnswoorden schrijft. En daarna trek je je carnavalskostuum aan (een uitmuntend clownspak dit jaar) en dan dans je de straat op, met zwaaiende handen. Ik herken me hier niet in, zou dat best jammer kunnen vinden, maar dat laatste lijkt me moeilijk. Je wilt op volle kracht meedoen, ja, uit je dak gaan, maar hoe begin je eraan?
Wist niet dat het hebben van rood haar nog een kwestie was. Kleine kwestie, dat wel. Er verscheen een boek over, van Rosie Coetsier. Titel vind ik beetje ongemakkelijk: De waarheid over roodharigen ontkruld. Boek las ik niet, wel erover, maar concentratie bleek niet al te scherp, terwijl ik bijna alles serieus neem, wat voor- en nadelen heeft.
Op woensdag mag je best nog even terug naar maandag gaan. We hoeven ons niets aan te trekken van de tijd die veel te snel gaat, minstens zo snel als Jutta Leerdam. Ik kwam die avond pas laat thuis, veel te veel bezigheden buitenshuis en tijdens die bezigheden had ik al gehoord van Jutta’s gouden race. Natuurlijk kon ik die meteen ter plekke zien, in de herhaling, op diverse mobieltjes, maar ik stelde dat stralende succes nog even uit.
In bijna ieder praatprogramma schoof hij aan, in bijna iedere krant werd hij geïnterviewd, opinieonderzoeker Peter Kanne die een boek schreef dat de titel heeft Lang zal ik lekker leven. En daaronder: De genotzuchtige Nederlander: van ik-verslaving naar wij-gevoel.
Zaterdag besloot ik weer eens naar een wedstrijd te gaan van het team waarin mijn favoriete spits speelt. Ik heb het over voetbalvereniging SDZ, Samenspel Doet Zegevieren – zou ook een prima motto voor het nieuwe kabinet zijn geweest. Ik begreep dat de tegenstander een team van uitsluitend meisjes was, afkomstig uit een verre buitenste buitenwijk. Mijn favoriete spits betreurde dat, want, zo zei, dan mag hij niet al te hard spelen. Ik hield om een andere reden mijn hart vast. Stel dat de jongens zouden verliezen!
Zinnen waarin het woord `stukje’ voorkomt, vind ik altijd zielig. Niet: `Je hebt een stukje spinazie tussen je voortanden.’ Ook niet: `Wie wil er een stukje taart?’ Ook niet: `Zullen we een stukje lopen?’ Allemaal prima. In dit verband is er een strikt persoonlijke uitzondering: als een van mijn fitnesscoaches zegt: `We gaan even een stukje roeien, Thomas.’ We ben ik. Nergens heen fietsen op de sportclub vind ik niet erg, en dat doe ik vaak, op zo’n venijnige spinfiets, maar nergens heen roeien is ontmoedigende dynamiek.
Misschien is de tijd er nog niet rijp voor. Kan ook zijn dat het een gepasseerd station is. Ik heb het over een ministerie waarvan ik weleens droomde, een droom die ik me bleef herinneren: het Ministerie van Emotionele Zaken. De bewindspersoon die over dat ministerie gaat, moet na ieder essentieel debat, waarin het er meestal fel aan toegaat, een slotwoord spreken.
Het hád wat, in de rij staan voor een theater of concertzaal. We deelden de vrolijke, spannende, verbijsterende sensatie die we dadelijk gingen meemaken. Ik houd niet zo van het woord voorpret, maar zoiets was het wel. Maar we kunnen niet zo goed meer tegen voorpret, het moet metéén pret zijn, liefst de volle mep. Daarbij hebben we ook steeds minder tijd voor een rij en ook wat anders te doen dan daar staan. Het gebeurt natuurlijk nog, ik vind het nog steeds geen probleem, maar het is wel een zonderling tafereel.
Bijna overal waar ik moet zijn, ben ik te vroeg. Komt doordat ik niet te laat wil komen. Voor de zekerheid bovendien: dan bén ik er alvast, is dáár tenminste niets tussen gekomen. Nu in het ziekenhuis, voor een onderzoek dat ik vaker had. Ze willen daar graag dat je je meldt bij een laadpaal in de hal, niet aan een balie. Is een tendens die je op meer plaatsen tegenkomt: als het niet per se nodig is, liever geen intermenselijk contact.
Bijna overal waar ik moet zijn, ben ik te vroeg. Komt doordat ik niet te laat wil komen. Voor de zekerheid bovendien: dan bén ik er alvast, is dáár tenminste niets tussen gekomen. Nu in het ziekenhuis, voor een onderzoek dat ik vaker had. Ze willen daar graag dat je je meldt bij een laadpaal in de hal, niet aan een balie. Is een tendens die je op meer plaatsen tegenkomt: als het niet per se nodig is, liever geen intermenselijk contact.