Jano van Gool

In de Pers

Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer
Prettig verzinken in de herinneringen van Thomas Verbogt - Je zou bijna elk boek van Thomas Verbogt (1952) kunnen o... - Bo van Houwelingen in: De Volkskrant lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

De Gelderlander

Zoeken

Eergisteren zag ik op televisie een korte documentaire over een gezin dat ging emigreren. Naar Canada. Hij was varkensboer en leidde de verslaggever door de lege, schone stallen rond. Buiten stonden paarden in wagens, klaar voor vertrek. Die gingen mee naar Canada. De vrouw van de man zei dat ze haar vrienden en vriendinnen natuurlijk zou gaan missen. Ze zei het niet verdrietig, maar met een frisse blik op de toekomst. De man kwam ook nog aan het woord, hij had zijn woede een plek gegeven: “Er zijn daar ook regels natuurlijk, maar die begrijp ik.”

Stempel

Moet ik iets denken over ons spaargeld en dat er al een bank is die geen rente meer geeft? Vast, maar weet niet wat. Als ik aan rente denk, is het vooral aan geld dat je moet betalen als je iets leent of even een negatief saldo hebt. Die rente verdwijnt niet, wat natuurlijk jammer is. 

Meneer

Door de dood van Aart Staartjes zagen we zondag fragmenten van ongekend geworden televisie. Niet te lang natuurlijk want de orde van de dag verzet zich tegen deze kwaliteit. Daarmee wil ik niet zeggen dat vroeger alles beter was, want dat was het niet, wat ook niet willen dat het nu beter is dan toen. 
Bij het zien en horen van een liedje uit de Stratenmakeropzeeshow betreurde ik weer dat ik toen geen kind meer was, 1972, mijn studententijd begon. Als kind had ik vast veel gehad aan zo’n programma. Je werd er zelfverzekerder door en hoorde je eigen stem beter.

Strikt

Van heel veel weet ik niet hoe het precies hoort, terwijl ik toch vaak in een omgeving ben waar beleefdheidsregels voor niemand geheimen hebben. Heb ik het nu over, over etiquette. 

Bloemen

Het openbare leven speelt in ons leven een belangrijke rol. Zelf heb ik de neiging me zoveel mogelijk in het niet-openbare leven op te houden, want daar gebeurt ook genoeg, maar dat kan niet altijd. In het openbare leven zijn wachtkamers in ziekenhuizen en het openbaar vervoer het meest openbaar. Stadsparken natuurlijk ook, voetbalstadions en winkelcentra, maar dat zijn toch andere plekken voor openbaar leven dan een wachtkamer of het streekvervoer. Heeft ook te maken met vrijwilligheid en plezier. Daarvan is in een wachtkamer geen sprake.

Daglicht

Graag citeer ik hier regelmatig mijn moeder. Het is het zinnetje: “Wat kunnen ze toch veel, jongen.” Zei ze vaak, vol vrolijke oprechte verbazing. Het ging dan om uitvindingen, ontwikkelingen, apparaten die het dagelijks leven makkelijker maakten. In mijn gedachten hoor ik het haar nog steeds zeggen. Nu bijvoorbeeld: in sommige kledingwinkels komt een apparaat waarop je kunt zien welke maat je hebt. Ja, die kun je ook onthouden, maar soms verschilt het per kledingstuk. Ik zeg dit niet goed, maar iedereen snapt wat ik bedoel.

Omvallen

In mijn leven ontmoette ik pas één keer een Fin. Een zanger. Hij zong als gast in een band van vrienden van me. Hij was heel erg dronken (Fins dronken), we gaven elkaar een hand, hij zei iets in het Fins, wat ik niet verstond, ik zei iets in het Engels terug, dat was het. Toen ik later las dat Finland het gelukkigste land ter wereld was, moest ik even aan hem denken. Misschien was hij ook dronken van geluk.

Baas

Wie kent het niet: op de pof bestellen? Misschien is dit geen goede vraag, want zijn inderdaad veel mensen die het niet kennen. En ik merk dat wanneer je de vraag opschrijft `pof’ ineens een grappig woord wordt. “Wat ben je aan het doen?” “Nu? Ik ben op de pof bezig!”

Vogel

Toen ik een jaar of tien was, woonde ik een dik halfjaar niet bij mijn ouders maar bij familie in het diepe zuiden des lands. Waarom dat was weet ik niet meer. Vaag herinner ik me het woord `aansterken’. Ik was leerplichtig en ging daar dus ook een tijdje naar een andere school. Op de tweede dag deelde de leerkracht plakken linoleum uit en een beitelachtig ding. Hij jaste met geel krijt een vogel op het bord en die moesten wij in het linoleum namaken. Gutsen, zo heet het.

Bedeesd

Ergens las ik dat iemand al pleitte voor Het Woord van 2020. Dat is: nieuwjaarsbegroetingsstress. Ben ik niet voor. Zo’n woord moet langer geldig zijn dan alleen de eerste dagen. Of weken, want er zijn ook mensen die op 21 januari vragen: “Mág het nog?” En voordat je er erg in hebt, knallen er drie pakkerds tegen je wangen. Is allemaal prima, maar ik kan er ook licht gespannen van worden: wie niet, wie wel en dan vooral hoe, met welke intensiteit. Nieuwjaarsbegroetingingsstress. Woord is helaas niet sterk, het heeft een wat bonkig ritme. Bovendien zit er té veel in.

Pagina's