Je staat er niet bij stil, maar misschien ligt het voor de hand dat veel mensen weg willen, uit Nederland, uit Europa. Zal het zelf niet doen, wat geen hárd standpunt is, maar dacht er wel over na, toen ik las over Emigratiebeurs, afgelopen weekend in Utrecht.
Onrust in de straat. In een groot gedeelte hebben de fietsen een sticker op het stuur gekregen. Die moeten elders worden gezet. Als dat niet gebeurt, gaan ze naar een vreemd opslaggebied, ver buiten de stad. Daar stopt geen openbaar vervoer. Als je er wilt komen, is dat, wat we zo stoer noemen, een uitdaging. Auto’s moeten ook weg, maar ja, het is een autovrije straat, dus dat is een verzoek dat meteen verbleekt, maar om de hoek mag er echt geen meer te zien zijn.
De belangrijkste en moeilijkste vraag die we ons kunnen stellen is hoe te leven. Die vraag is niet te beantwoorden, anders zou de wereld er anders uitzien. Maar je kunt wel in de buurt komen van een antwoord dat niet bestaat.
Misschien wordt het een trend: lokale en wellicht ook landelijke politici die een spectaculaire tegenprestatie beloven aan kiezers die zich democratisch gedragen. De burgemeester van Rotterdam gaat abseilen van de Euromast, een hoogte van 185 meter, best hoog voor iemand die hoogtevrees heeft. Ik heb altijd sympathie en bewondering gevoeld voor Carola Schouten. Wordt alleen maar meer.
Wie wil er mijn marmotje zien? Die vraag stel ik niet, maar het was de titel van een televisieprogramma uit mijn vroege jeugd, een programma voor kinderen. Ging over dieren. Ik denk dat die titel in deze tijd niet wenselijk is. Flauwe grapjes zouden niet van de lucht zijn en voordat je er erg in hebt, zit je in de grensoverschrijdende sfeer. Toen kon het wel. De afgelopen dagen denk ik er soms aan, niet alleen aan dat programma, maar ook aan andere die ik als kind zag. De meeste zijn blijven hangen.
Hoe vaak verzuchtte ik niet dat ik zelden zo’n zwevende kiezer was als bij deze verkiezingen? Bij de vorige landelijk was het gelukkig wel duidelijk: er moest een andere regering komen dan die waarmee we niet zo heel lang, maar toch veel te lang zaten opgescheept. Maar nu? Ja, ik kan natuurlijk mijn landelijke voorkeuren volgen, maar de stad waar ik woon is wat anders dan het hele land. Ee beetje streng aan de keukentafel zittend dwong ik me hard na te denken over wat ik van die stad verwacht. Dus van de mensen die het voor het zeggen hebben.
Niet de eerst keer, de waarschuwing dat we rekening moeten houden met terrorisme. Stadium van de waarschuwing is al voorbij: joodse instellingen zijn doelwit geworden. Maar er komt nog meer aan, beweren de mensen die het kunnen weten. De oorlog is niet ver weg. We willen dat graag zeggen, maar dan maken we onszelf iets wijs. Alles en iedereen wordt kwetsbaarder. Daarom moeten we aan wat anders denken dan aan pijn bij de pomp.
Soms zijn het van die kleine dingen die je meteen wilt weten, maar ze schieten je niet te binnen. Bijvoorbeeld een flard van een liedje op de radio dat herinneringen mobiliseert aan een tijd die voorbij is, warme zomeravond, je zit in een tuin, innig geluk flitst door je heen en ergens uit een ander huis klinkt dat liedje, het hoort bij die momenten waarvan je hoopt dat je ze nooit zult vergeten. Door dat liedje keer je er even naar terug, een klein, kostbaar cadeau van je geheugen. Nu nog dat liedje. Zangeres uit Frankrijk, dat weet je zeker.
Het is waarschijnlijk niet mooi van mezelf, ik hóór het niet te vinden, maar tóch deed het me goed president Trump eergisteren Jutta Leerdam te horen prijzen. Hij deed dat sympathiek en had haar Olympische race ook gezien. Dat zei hij. Hij zal wel wat anders aan zijn hoofd hebben, maar dat hij er toch een paar woorden aan wijdde, fijn ja.
Toen ik tijdje terug zag dat een van de ruiten van mijn auto kapot was geslagen – staat hoog op de lijst van teleurstellende momenten- voelde ik de neiging meteen naar huis te gaan en daarna weer terug naar de auto te lopen in de hoop dat ik me zojuist vergist had. Dat de ruit helemaal niet kapot was, gewoon niet goed gekeken. Heb het niet gedaan, maar had gekund. Raar? Ja, beetje wel. Maar als je het zelf in de gaten hebt, hoef je je niet meteen bij de geestelijke gezondheidszorg te melden.