Op het grote terras naast het café kun je zitten, maar ook liggen, op brede banken die op een kleine verhoging staan, zodat je liggend op die bank de wereld toch een beetje kunt overzien. Ik houd niet van grote terrassen en wil er ook niet op liggen. Daarvoor ga ik niet naar een café. Niet om liggend te chillen, woord dat hoort bij wat je op die banken doet. Was er vast niet uit mezelf heen gegaan, maar ik had er een afspraak. Voortaan moet ik bij het maken van een afspraak vragen: ‘Het is toch geen café waar je op het terras ook kunt liggen.’
Twintig jaar geleden verscheen er een boek over Earth and Fire, dat ik onmiddellijk kocht, want ik was nog steeds diep geïnteresseerd in alles omtrent Jerney Kaagman. Toen ik eraan begon hoorde ik dat Jerney Kaagman er geen medewerking aan had verleend. Ik begreep waarom: ze komt er niet best vanaf. Ze zong blijkbaar niet sterk, groot probleem tijdens het opnemen van platen. Haar zang was alleen acceptabel als ze het lied woord voor woord werd opgenomen, niet van het begin tot het eind in hele zinnen. Zoiets.
Natuurlijk kan ik me vergissen, maar in de Albert Heijn die ik een paar keer per week bezoek, zie ik nooit iemand die om spaarzegels vraagt. Ik kom er niet graag en om mijn korte verblijf daar te veraangenamen, let ik altijd op details, want details vertellen veel over ons. De vraag om spaarzegels was me opgevallen en ook de details in de persoon die erom vroeg, zelfs meer: thuiskomen met de boodschappen en de zegels, zegelboekje pakken, zegels inplakken, keurige handeling, daarna even naar de straat kijken waar de toekomst weer iets meer snelheid krijgt.
Doordat er zich zo veel voordoet, gaat er ook veel aan me voorbij. De manosfeer, ik noem maar wat. Veel over gehoord, ik leef niet onder een steen, maar toch vroeg ik me niet af wat ervan moest denken. Als mannen zich als mannen gedragen, is dat niet niks. Kwam het daar niet ongeveer op neer? In mijn omgeving speelt zich van alles af, te veel om op te noemen, maar de manosfeer bleef buiten beeld, zo ver buiten beeld dat ik er verder maar niets over moet zeggen, want dat zal vast onbenullig klinken.
Vorige week schreef ik het nog: met dit erg warme weer alsjeblieft geen foto’s in de krant van kwetsbare ouderen die in een zorginstelling met waterijsjes zwaaien, hun voeten in een bak koud water. Ik ben daarop tegen omdat ik zo’n foto al te vaak heb gezien en bovendien vraag ik me af wat de bedoeling is dat ik denk, misschien wel: er wordt hartstikke goed gezorgd voor die kwetsbare oudjes. Zoiets.
Waarschijnlijk zie ik het fout, maar ik denk er in geen enkel ander land voor zo veel zaken zo veel tips worden gegeven door deskundigen die graag open deuren nog een stukje verder openzetten. Misschien komt het doordat we zo’n klein land zijn, met voor bijna niemand veel bewegingsruimte, zodat we onszelf vaak tegenkomen. En jezelf tegenkomen betekent nooit veel goeds. Wat het wel betekent, weten we niet, en met die onwetendheid kunnen we nauwelijks uit de voeten.
Binnen de bebouwde zit je toch anders voor je tuinloze huis dan wanneer je bijvoorbeeld aan de rand van een bos of tussen de weilanden woont. Het probleem, geen groot, is vooral je zichtbaarheid. Achtervolgt me al mijn hele leven: graag wil ik ergens zijn en alles wat daar gebeurt, intens meemaken zonder dat het opvalt dat ik er ben. Niet omdat stiekem wil zijn. Nee, het is de behoefte met rust te worden gelaten. Ik zeg dat nu kort door de bocht, maar daar komt het ongeveer op neer.
Bij sommige berichten denk ik streng: wat leer ik ervan? En die vraag komt dan ergens op een hoekje van mijn bureau terecht op een stapel papiertjes met aantekeningen waarvan ik verwacht dat ik er ooit nog iets mee kan. Ik lees bijvoorbeeld dat fabrikanten binnenkort verplicht worden defecte apparaten na de wettelijke garantieperiode te repareren, als dat tenminste technisch mogelijk is. De voorzitter van de brancheorganisatie Techniek Nederland vindt dat maar goed ook, want Ín Nederland gooien we jaarlijks 21 kilo elektronica per persoon weg.’’
Bijna overbodig om vast te stellen: de komkommertijd bestaat niet meer. Daarvoor is er te veel brand in de wereld, te veel Trump, te veel harde chaos. Het is allemaal érg veel en daarom voel ik soms lichte heimwee naar die komkommertijd van ouderwetse kwaliteit, lege, lome dagen zonder gebeurtenissen waar je lang bij stil hoefde te staan.
Toch nog even over de campagne Een praatje maakt je dag. De spotjes zijn immers ook nog steeds te zien, nog steeds met het speerpunt: de hond. Dus als je met iemand een praatje wil maken, kun je het beste over de hond beginnen, bijvoorbeeld met ‘Leuk hondje’, en dan dus naar die hond wijzen.