Volgens mij is het prima als je af en toe beseft dat je kinderachtig bezig bent. Ik bedoel niet alleen tijdens huiselijke ruzies (‘Nou, jij begon!’), maar in het grote sociale leven. Bijvoorbeeld in het verkeer. Niet zo lang geleden kreeg ik vaak post van het Centraal Justitieel Incassobureau. Van die enveloppen die je een tijdje onaangeroerd laat liggen, tussen hun blauwe vrienden.
Voortdurend hebben we behoefte aan nieuwigheid. Dat is niet erg, want zo houden we de boel levendig. Ik schrijf hier ‘de boel’ zonder dat ik precies weet wat ik met de boel bedoel, maar het staat voor veel. Nu zit er bij nieuwigheid vaak nutteloze nieuwigheid, maar ook dat is niet erg, want niet alles hoeft nut te hebben. Daardoor krijgt wat wel nut heeft, meer ruimte.
Wanneer ben je gek? In de straten zijn steeds meer verwarde personen te zien. Zijn dat allemaal gekken? Gisteren hoorde ik op het journaal dat er voor mensen met een psychiatrische aandoening steeds minder zorg of nazorg is. Zijn dat ook allemaal gekken? Onlangs hoorde ik op de markt een vrouw zeggen: ‘Ik ben eigenlijk heel gek mens.’ Hoor ik vaker, vaker vrouwen dan mannen. Misschien zijn vrouwen vaker een gek mens dan mannen. Ik weet het niet, heb er geen verstand van.
Misschien is het niet raar dat je ook van onzinnige dingen kunt houden. Onzin maakt wat zin heeft, alleen maar helderder. Over onzin hoef je ook niet diep na te denken, het is vaak amusant, meestal ook nog onbedoeld. Ben bijvoorbeeld gek op de aanduiding ‘concept’. Laatst in een restaurant dat er sterk pretentieus uitzag: ik zat er niet op eigen initiatief, ik was genodigd.
Veel onthouden we met behulp van ezelsbruggetjes. We leven nu op volle kracht in de zomertijd. Lange tijd moest ik ieder jaar nadenken over hoe het zat met de klok. Moet die nu aan het begin van de zomertijd voor- of achteruit? Voor veel mensen is dat een simpele kwestie, voor mij niet. Totdat ik van een lezer een briefje kreeg waarin ze schreef dat ik in het voorjaar moest denken aan vooruit. Misschien voor de hand liggend, maar ik vond het prettig om te weten. Scheelde me nadenktijd, geknars in mijn hoofd.
Op het grote terras naast het café kun je zitten, maar ook liggen, op brede banken die op een kleine verhoging staan, zodat je liggend op die bank de wereld toch een beetje kunt overzien. Ik houd niet van grote terrassen en wil er ook niet op liggen. Daarvoor ga ik niet naar een café. Niet om liggend te chillen, woord dat hoort bij wat je op die banken doet. Was er vast niet uit mezelf heen gegaan, maar ik had er een afspraak. Voortaan moet ik bij het maken van een afspraak vragen: ‘Het is toch geen café waar je op het terras ook kunt liggen.’
Twintig jaar geleden verscheen er een boek over Earth and Fire, dat ik onmiddellijk kocht, want ik was nog steeds diep geïnteresseerd in alles omtrent Jerney Kaagman. Toen ik eraan begon hoorde ik dat Jerney Kaagman er geen medewerking aan had verleend. Ik begreep waarom: ze komt er niet best vanaf. Ze zong blijkbaar niet sterk, groot probleem tijdens het opnemen van platen. Haar zang was alleen acceptabel als ze het lied woord voor woord werd opgenomen, niet van het begin tot het eind in hele zinnen. Zoiets.
Natuurlijk kan ik me vergissen, maar in de Albert Heijn die ik een paar keer per week bezoek, zie ik nooit iemand die om spaarzegels vraagt. Ik kom er niet graag en om mijn korte verblijf daar te veraangenamen, let ik altijd op details, want details vertellen veel over ons. De vraag om spaarzegels was me opgevallen en ook de details in de persoon die erom vroeg, zelfs meer: thuiskomen met de boodschappen en de zegels, zegelboekje pakken, zegels inplakken, keurige handeling, daarna even naar de straat kijken waar de toekomst weer iets meer snelheid krijgt.
Doordat er zich zo veel voordoet, gaat er ook veel aan me voorbij. De manosfeer, ik noem maar wat. Veel over gehoord, ik leef niet onder een steen, maar toch vroeg ik me niet af wat ervan moest denken. Als mannen zich als mannen gedragen, is dat niet niks. Kwam het daar niet ongeveer op neer? In mijn omgeving speelt zich van alles af, te veel om op te noemen, maar de manosfeer bleef buiten beeld, zo ver buiten beeld dat ik er verder maar niets over moet zeggen, want dat zal vast onbenullig klinken.
Vorige week schreef ik het nog: met dit erg warme weer alsjeblieft geen foto’s in de krant van kwetsbare ouderen die in een zorginstelling met waterijsjes zwaaien, hun voeten in een bak koud water. Ik ben daarop tegen omdat ik zo’n foto al te vaak heb gezien en bovendien vraag ik me af wat de bedoeling is dat ik denk, misschien wel: er wordt hartstikke goed gezorgd voor die kwetsbare oudjes. Zoiets.