De warmte, het is wat. En dan is het nog pas mei. Dinsdag was het de warmste dag in mei ooit. Informatie die je een fractie van een seconde opslaat, maar dan maakt die zich weer uit je los, omdat het veel te warm is zulke feitjes te onthouden, ook omdat je er niets mee kunt. Als later in het jaar iemand vraag wat er op 26 mei aan de hand was, kijk je glazig voor je uit. Ja, er was vast iets, maar erg belangrijk kan het niet zijn geweest.
Een van de weinige televisieprogramma waarnaar ik kijk is de quiz 2 voor 12. Er komen vragen aan de orde waarover je even nadenkt en als je het antwoord niet weet, voegt iets toe aan je algemene kennis. De geldprijzen zijn bescheiden. En er doen geen Bekende Nederlanders aan mee, van die Bekende Nederlanders van wie je liever niet wil dat ze op de je pad komen. De presentatrice van het programma begint nooit ineens lachend te schreeuwen en dat vind ik ook winst.
Op zonovergoten pinkstermaandag passeerde ik de speeltuin waar we een paar dagen daarvoor waren met Kes die sinds haar vierde verjaardag vaak zegt dat ze bijna vijf is. Nu was het er druk. Toen wij er waren niet. Het is een speeltuin waar je een kaartje voor moet kopen, dat voor volwassenen uiteraard duurder is dan voor kinderen.
Goed uitleggen kan ik het niet, maar ik vind die foto’s van het koninklijke gezin twee keer per jaar altijd een beetje zielig. Niet de familie zelf, hoewel het bekend is dat geen van hen zin heeft in deze poespas. Dat zeggen ze natuurlijk niet, nee, daarvoor zijn ze te fatsoenlijk, maar je hoeft geen kenner te zijn om dat zeker te weten. Het is, meen ik, een soort afspraak: jullie moeten ons niet voortdurend met fototoestellen op de hielen zitten en als beloning mogen jullie dan twee keer per jaar lekker losgaan.
Soms is het lekker met een open deur te beginnen: haast en ergernis zijn nauw met elkaar verbonden. Dat zeg ik met in eigen boezem gestoken hand. En ook dat het maar eens afgelopen moet zijn. Kunnen piepkleine momenten zijn, bijvoorbeeld in de supermarkt. Ik loop met mijn winkelwagentje naar de contactkassa en ineens snijdt iemand me de pas af en ramt zijn wagentje voor het mijne.
Of ik iets met tuinkabouters heb, weet ik raar genoeg niet. In het begin van mijn leven in ieder geval wel. Kwam door mijn grootvader. Niet dat hij een tuinkabouter was, hij had er een paar.
Er wordt wat meer getrouwd. Zeg er meteen bij: lijkt het. Niet dat ik dagelijks het gemeentehuis in de gaten houd. Ik zie het hier in de straat die fotogeniek is. Niet om de haverklap, maar bij daglicht is er toch ongeveer ieder uur wel een fotograaf met een bruidspaar in de weer, meestal man-vrouw. Misschien zijn die setjes nog in de meerderheid, ik weet het niet. In bijna alle gevallen is de fotograaf een vrouw die er vaak uitziet alsof ze op groot wild gaat jagen, maar dan dus met een fototoestel.
Er zijn van die woorden waarvan de betekenis even sterk als teer is. Mooi is dat. Kom je al gauw in de sfeer van zachte krachten. ‘Behoedzaam’ is zo’n woord. Wil best veel zeggen. Dat je voorzichtig bent bijvoorbeeld. Dat je iets wil vasthouden. Ook ergens voor zorgen. Zit er allemaal in. Kan er weinig negatiefs in ontdekken. Dacht ik. Waar ik niet op gerekend had of niet op had willen rekenen is dat ik teleurgesteld zou zijn in onze premier Jetten.
Vaak schrijf ik over herinneringen. Als een herinnering zich voordoet, gebeurt opnieuw wat er toen gebeurde. Als het tenminste een sterke herinnering is. Zwakke herinneringen blijven vaag, meestal verbleken ze snel.
De praatgrage vrouw van de tijdschriftenwinkel zegt het vaker: ‘Het zijn barre tijden.’ Meestal heb ik meer haast dan me lief is, maar dat kan ik niet altijd een rol laten spelen. Wat de tijden bar maakt, moet je kunnen delen. Iedereen heeft recht op die ruimte. Ik weet even niet waar ze heen gaat, dus ik knik verontrust, want in principe ben ik het met haar eens: het zijn barre tijden. Maar ja, wat de een bar vindt, is voor de ander misschien niet zo erg. Ik kijk haar ontvankelijk aan.