Om maar eens een open deur nog verder open te zetten: de menselijke geest zit wonderlijk in elkaar. Er gebeurt daar voortdurend van alles, vaak zonder dat je precies in de gaten hebt wát. Daarvoor gaat het allemaal veel te snel, waarnemingen, waarschuwingen, flarden herinneringen, oordelen enzovoort. Als je erbij stilstaat, gaat het je duizelen.
Wanneer het over uitslapen gaat, denk ik altijd: dat komt later wel. Als kind dacht ik er dan achteraan: als ik groot ben. Maar die tijd is helaas voorbij. Ik doe het bijna nooit, omdat ik veel te veel zin in van alles heb en er bovendien van alles moet gebeuren. Kan allemaal heus wel wat minder, maar ook dat komt later wel. Zaterdag was ik in een uitzondering verzeild geraakt. Vanuit mijn warme bed hoorde ik het onbarmhartig regenen en graag val ik in slaap bij het geluid van harde regen, daarom vond ik: waarom zou ik dat nu ook niet doen?
Lijken kleine vragen, maar zijn het niet. Nu vraag ik me bijvoorbeeld af hoe vaak al in mijn leven tegen me is gezegd `Voor deze ene keer dan’ en dan was het de bedoeling dat je dankbaar en opgelucht knikte. Toen ik kind was, volgens mij nog niet zo lang geleden, dacht ik dat het over zou gaan, dus dat mensen tegen je zeggen `Voor deze ene keer dan’. Is niet zo. Daar kwam je al gauw achter.
Op weg naar het stemlokaal, plechtig in de ban van het feest van de democratie, vroeg ik me af wat ik van de afgelopen weken zal gaan missen. Volgens mij was de aanloop naar de verkiezingen nog nooit zo intens, nog nooit zag ik lijsttrekkers zo vaak en hoorde ik standpunten en verwijten zo vaak herhaald. Ben blij dat er achter deze fase een punt is gezet.
Opluchting staat bij mij hoog op het lijstje van aangename sensaties. Vaak kun je die ook opzoeken. Deze dagen kijk ik bijvoorbeeld graag naar de praatprogramma’s waarin het gaat over de debatten die ik niet meer heb hoeven zien: als zwevend kiezer ben ik geland! Ik weet wat me woensdag als democraat te doen staat en wil me niet meer laten afleiden door een eindeloze herhaling van standpunten. Immers: als je iets té vaak hoort kun je er ineens minder in geloven.
Wakker worden op verkiezingsdag blijft bijzonder. Ik ben een romanticus en graag in de ban van dat gedachte dat er vandaag iets gebeurt waarmee een nieuwe tijd begint. Dat is ook min of meer zo, maar niet in de mate waarin ik dat tegen beter weten in verwacht. Weet ik heus wel, maar ik zeg tegen mezelf: laat me nu maar. Daarom loop ik ook in montere triomf naar het stembureau waar altijd prettige opgetogenheid heerst, het kleine, plaatselijke feest van de democratie.
Echt waar, ik heb me nog nóóit verveeld, ook als kind niet. Ik ben door mijn ouders opgevoed, maar natuurlijk ook beetje door mezelf, en heb me er al in het vroegst mogelijke stadium van overtuigd dat er altijd wel iets te beleven valt. Goed kijken, goed luisteren, gedachten de ruimte geven, fantasie ook. Als ik wil, kan ik het altijd druk in mijn hoofd hebben. Kan de boel daar ook uitzetten, maar dan is er weer wat anders aan de hand. Zelfs wanneer de omstandigheden saai zijn. Ik beschouw het als groot, ontzettend dierbaar voorrecht.
Wist niet dat de nieuwe coronavariant Frankenstein heet! Ben de tel kwijtgeraakt, maar toen de uitnodiging kwam me weer te laten vaccineren, besloot ik meteen: gaan we doen. In sommige gevallen neem ik graag het zekere voor het onzekere. Wel viel me op dat de priklocatie verder weg was dan de vorige en om daar te komen zat ik onbarmhartig lang op de fiets, maar dit is tuttig gezeur. Ik moet blij zijn met onze gezondheidszorg. Ben ik ook.
Iedereen die deze dagen in de politieke arena aan het woord komt, weet precies wat de Nederlander wil of niet wil. Naar hen luisterend, want dat doe ik, ga ik soms bij mezelf te rade en dan is de vraag: is dat zo? Op weg naar woensdag probeer ik op antwoorden te komen. Er zijn veel, veel te veel grote kwesties en tijdens het debat van eergisteren dacht ik vaak: het zijn wel erg veel woorden, zo veel woorden dat ik uit het oog verlies wat de kern is van waar het om gaat.