Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

De Gelderlander

Meneer

Door de dood van Aart Staartjes zagen we zondag fragmenten van ongekend geworden televisie. Niet te lang natuurlijk want de orde van de dag verzet zich tegen deze kwaliteit. Daarmee wil ik niet zeggen dat vroeger alles beter was, want dat was het niet, wat ook niet willen dat het nu beter is dan toen. 
Bij het zien en horen van een liedje uit de Stratenmakeropzeeshow betreurde ik weer dat ik toen geen kind meer was, 1972, mijn studententijd begon. Als kind had ik vast veel gehad aan zo’n programma. Je werd er zelfverzekerder door en hoorde je eigen stem beter.

Strikt

Van heel veel weet ik niet hoe het precies hoort, terwijl ik toch vaak in een omgeving ben waar beleefdheidsregels voor niemand geheimen hebben. Heb ik het nu over, over etiquette. 

Bloemen

Het openbare leven speelt in ons leven een belangrijke rol. Zelf heb ik de neiging me zoveel mogelijk in het niet-openbare leven op te houden, want daar gebeurt ook genoeg, maar dat kan niet altijd. In het openbare leven zijn wachtkamers in ziekenhuizen en het openbaar vervoer het meest openbaar. Stadsparken natuurlijk ook, voetbalstadions en winkelcentra, maar dat zijn toch andere plekken voor openbaar leven dan een wachtkamer of het streekvervoer. Heeft ook te maken met vrijwilligheid en plezier. Daarvan is in een wachtkamer geen sprake.

Daglicht

Graag citeer ik hier regelmatig mijn moeder. Het is het zinnetje: “Wat kunnen ze toch veel, jongen.” Zei ze vaak, vol vrolijke oprechte verbazing. Het ging dan om uitvindingen, ontwikkelingen, apparaten die het dagelijks leven makkelijker maakten. In mijn gedachten hoor ik het haar nog steeds zeggen. Nu bijvoorbeeld: in sommige kledingwinkels komt een apparaat waarop je kunt zien welke maat je hebt. Ja, die kun je ook onthouden, maar soms verschilt het per kledingstuk. Ik zeg dit niet goed, maar iedereen snapt wat ik bedoel.

Omvallen

In mijn leven ontmoette ik pas één keer een Fin. Een zanger. Hij zong als gast in een band van vrienden van me. Hij was heel erg dronken (Fins dronken), we gaven elkaar een hand, hij zei iets in het Fins, wat ik niet verstond, ik zei iets in het Engels terug, dat was het. Toen ik later las dat Finland het gelukkigste land ter wereld was, moest ik even aan hem denken. Misschien was hij ook dronken van geluk.

Baas

Wie kent het niet: op de pof bestellen? Misschien is dit geen goede vraag, want zijn inderdaad veel mensen die het niet kennen. En ik merk dat wanneer je de vraag opschrijft `pof’ ineens een grappig woord wordt. “Wat ben je aan het doen?” “Nu? Ik ben op de pof bezig!”

Vogel

Toen ik een jaar of tien was, woonde ik een dik halfjaar niet bij mijn ouders maar bij familie in het diepe zuiden des lands. Waarom dat was weet ik niet meer. Vaag herinner ik me het woord `aansterken’. Ik was leerplichtig en ging daar dus ook een tijdje naar een andere school. Op de tweede dag deelde de leerkracht plakken linoleum uit en een beitelachtig ding. Hij jaste met geel krijt een vogel op het bord en die moesten wij in het linoleum namaken. Gutsen, zo heet het.

Bedeesd

Ergens las ik dat iemand al pleitte voor Het Woord van 2020. Dat is: nieuwjaarsbegroetingsstress. Ben ik niet voor. Zo’n woord moet langer geldig zijn dan alleen de eerste dagen. Of weken, want er zijn ook mensen die op 21 januari vragen: “Mág het nog?” En voordat je er erg in hebt, knallen er drie pakkerds tegen je wangen. Is allemaal prima, maar ik kan er ook licht gespannen van worden: wie niet, wie wel en dan vooral hoe, met welke intensiteit. Nieuwjaarsbegroetingingsstress. Woord is helaas niet sterk, het heeft een wat bonkig ritme. Bovendien zit er té veel in.

Bestemming

Zitschade. Het verbaast me niet dat het woord bestaat, maar ik kende het niet. Ik kom het tegen in een bericht over de Nijmeegse hoogleraar fysiologie Maria Hopman. Haar bevindingen en opvattingen volg ik met warme aandacht, al was het alleen maar omdat zij alles weet van gezond leven en ik haast niets.

Olijfolie

Het kabinet verwacht dat er dit jaar veel beter gaat. Raar dat het me niet lukt me daarin intens te verdiepen. Komt doordat ik geloof dat ik wat ik verwacht steeds minder als uitgangspunt moet nemen. Een verwachting is immers alleen maar een verwachting. Er is ook nog de werkelijkheid.

Pagina's