Met open mond zitten lezen: stuk over het nieuwe kamperen, gisteren in deze krant. Of lezen, nee, vooral kijken. Tenten voor glampinggasten. Dat is het woord: glamping. Natuurlijk over gehoord, ik leef niet onder een steen, maar me nooit zo in verdiept, ook omdat ik op een andere manier vakantie vier, niet béter, ánders.
Zondag einde van de Tour in Parijs, vandaag einde Vierdaagse, althans van de wandeltocht, de feesten gaan nog even door en ik snap burgermeester Bruls als hij zegt dat hij er niet altijd vrolijk van wordt. Friesland loopt nog een paar dagen uit voor het skûtsjesilen, maar dan is het echt zover: langzaam daalt de zomer neer over het land.
De hele tijd wanneer het over de Vierdaagse gaat, hoor ik dat er ook veel jonge mensen meelopen, twintigers, soms worden er ook dertigers aan toegevoegd. Ik wist niet dat het opmerkelijk was en ik voel enorm dat ik het me persoonlijk moet aantrekken. Wat deed ik toen ik jong mens was? Veel, veel te veel, maar de Vierdaagse lopen kwam niet in me op. Niet omdat ik me daar te goed voor voelde, nee zeg, maar als het aan de orde kwam, dacht ik: dat komt later wel. Ik zeg erbij dat ik dat écht vastberaden en stoer dacht.
Zondag liep ik in de namiddag door de binnenstad van Nijmegen. Was niet ontiegelijk warm meer, maar nog best behoorlijk, een gehavend nakomertje van de hitte van vorige week. Overal was het feestelijk, hier en daar nog aarzelend, maar de intentie zag er prima uit. Ik zag veel wandelaars die net gearriveerd waren, rugzakken, rolkoffertjes. Ze keken opgewekt en vol verwachting om zich heen, de stad verwelkomde hen hartelijk.
Paar dagen geleden zag ik in, ik meen, Nieuwsuur, een kwestie die we maar niet met rust kunnen laten: fooien in de Nederlandse horeca. Moet beter. Naar Amerikaans model, want daar is een fooi verplicht. Ja, dat is zo, maar dat komt doordat bijna overal de bediening het moet hébben van de fooien, want ze krijgen daar geen salaris. Vandaar ook die enorm vrolijke en soms verlammende dienstbaarheid.
Er is een bedrijf dat zich specialiseert in geuren. Het heet deftig International Flavors & Fragrances. Er werken daar specialisten en onderzoekers die nu bezig zijn de geur van Friesland vast te leggen. Er moet daar een bibliotheek van geuren komen. Als ik het goed begrijp. Allemaal fijn om te weten. Ik ga het met warme belangstelling volgen. In geuren fascineert me hoe ze herinneringen kunnen veroorzaken of een stemming.
Nog maar een kort tijdje terug was het betrekkelijk eenvoudig: in de mail arriveerde een bericht van een adres dat je niet kende, en daarin stond dat een pas gestorven Nigeriaanse prins je in zijn testament had opgenomen. Je kreeg binnenkort 36 miljoen dollar, en meestal nog wat achter de komma. Graag even je gegevens en dan kwam alles piekfijn in orde. Je wist meteen: linke soep. Ik ken veel mensen die dat soort post ontvingen, maar niemand die daarop reageerde.
Niemand maakt er een strenge regel van, maar als je nadenkt over de best nabije toekomst, is het van belang dat we niet al te lang onder de douche staan. Wisten we eerlijk gezegd al, maar met wat we weten, doen we soms minder dan de bedoeling is. Kan moeilijk woord zijn: bedoeling.
Je kunt natuurlijk niet van álle praktische problemen in het alledaagse leven op de hoogte zijn. Is maar goed ook, want daar zou je alleen maar nóg onrustiger van worden. Misschien let ik niet altijd goed op, maar soms weet ik niet eens dat iets een probleem is. Op het moment dat ik het besef, begint het probleem me enorm te regeren, niet het probleem an sich, nee, dat het bestáát.
Vaak schrijf ik hier dat ik hecht aan een samenleving die ook echt een samenleving is. Samenleving is een sterk woord, je leeft met elkaar en daarvan ben je je ook bewust. Een samenleving vraagt ook iets van je. Nou ja, iets, best veel. Een samenleving is meer dan een organisatie die mensen in staat stelt met elkaar om te gaan. Aan een samenleving ligt ook een mentaliteit ten grondslag.