Eergisteren, op weg naar de sportschool, vroeg dus, zag ik een man en een vrouw die een rolkoffer achter zich aan trokken, Ze hadden een toeristische uitstraling en een oranje hoed op, zeg maar een cowboyhoed. Blijkbaar staat er in reisinformatie over ons land dat eind april een oranje uitdossing, in ieder geval een oranje accent wenselijk is, want dan gaat het volk uit zijn dak.
Niet elke dag denk ik aan de Fietsersbond, terwijl ik toch min of meer levenslang fiets. De eerste zeven jaar bewoog ik me anders door mijn kleine wereld, driewieler (ook een soort fiets!) en de step, maar daarna begon het. Op een zomerse namiddag stond een gloednieuwe fiets in de keuken te fonkelen en mijn vader leerde het me meteen. Het moment dat hij me een duwtje gaf en het zadel losliet, herinner ik me nog: mijn wereld werd groter.
Wat ik een fijne ontwikkeling vind, is dat er voor zeer jonge kinderen boekjes bestaan die hen vertrouwd maken met klassieke muziek. Ze zijn van hard karton, min of meer onverwoestbaar, en met sterke illustraties wordt telkens het leven van een componist in beeld gebracht. Bovendien kunnen ze door op knopjes te drukken fragmenten van de muziek beluisteren. Klinkt natuurlijk niet als door een fantastische geluidsinstallatie, maar het is te doen.
Zondag overleed Jan Donkers, 83 jaar. Ik las een paar mooie stukken over hem, die voor heimwee zorgen naar een tijd dat je nog voor de radio ging zitten om kennis te maken met nieuwe rockmuziek of oude opnieuw te horen, met een toelichting van Donkers waarover je even nadacht. Zijn programma’s hoorden bij mijn opvoeding.
Gelukkig weet ik op tijd dat we in de Nationale Aardappelweek zitten. In mijn omgeving is de aardappel een underdog geworden. We eten hem wel, zo nu en dan, maar dan zijn we in een behoudende stemming. Pasta, rijst, salades in diverse verschijningsvormen, dat allemaal wel. Als er bezoek komt eten, verontschuldig je je soms: “Misschien heel raar, maar ik heb er gebakken aardappelen bij gemaakt.”
Paar dagen geleden sprak ik een van de 8 miljoen Nederlanders die op meivakantie gaan. Hij verlaat het land om ergens in Spanje neer te strijken, bestemming ben ik vergeten, maar waar in ieder geval ‘alles geregeld’ is. Zou ik ook best in mijn dagelijks leven willen hebben, maar dat is daar niet geschikt voor. Hij vertelde dat hij ook al voor de meivakantie van volgend jaar geboekt had, want het is daar ‘hartstikke populair’. “Maar je moet eerst dit jaar nog meemaken!” riep ik. Hij boog zich naar me toe en zei: “Genieten moet je regelen, jongen.”
Nog steeds zijn er dingen waarvan ik niet weet hoe ze genoemd worden. Meestal in de gereedschapssfeer. Is niet erg, maar ik heb altijd het gevoel dat ik meer in mijn omgeving thuishoor wanneer ik weet hoe alles heet. Woorden kunnen je helpen je leven te begrijpen. Nu is het een ding van zacht plastic dat de mondhygiëniste in mijn mond plaatst. Ze klemt het onder mijn lippen, het houdt mijn mond open, zodat ze daarin beter aan het werk kan.
In het ochtendprogramma op Radio 1 werd er gisteren na half 8 overgeschakeld naar een schoolplein in, ik meen, Zeist. De verslaggever vertelde hoe dat plein werd klaargemaakt voor het Fietsexamen. Scholieren moesten laten zien hoe ze aangaven links – of rechtsaf te slaan, waar ze voorrang dienden te verlenen, dat soort dynamiek. De verslaggever vroeg aan een leidinggevende vrouw of ze ondertussen ook Tiktok filmpjes mochten maken, terwijl ze op de fiets zaten dus.
Wat ik niet wist, maar me niet verbaast is dat er maar liefst 5 miljoen landgenoten getatoeëerd zijn, sommigen zitten min of meer helemaal vol, iets minder hebben er maar een paar of één, een kleintje, niet al te opvallend. Hoe het zit met die ontwikkeling, geen idee. Misschien krijg je er zelfvertrouwen van, een kostbare sensatie.
Graag herhaal ik hier dat niets lang geleden is. Ik heb het niet over de oertijd, nee, over het leven dat je leeft. Misschien moet ik voor mezelf spreken: mijn leven.