Op mijn mobiel zit een navigatiesysteem, als ik de voorziening zo mag noemen. Misschien is het woord er wat te groot voor. Google Maps, zo heet het. Ja, als ik aan iemand vraag hoe ik ergens moet komen, krijg ik: ‘Kijk je toch even op Google Maps.’ Mijn vraag wordt dan dus meteen gereduceerd tot niets.
Als je niet vaak televisie kijkt, heb je meer tijd voor andere nutteloosheid. Houd ik me niet vaak mee bezig, maar soms kan het rustgevend zijn, vooral wanneer je veel nuttigs voor je kiezen hebt gekregen. Zo las ik gisteren een artikel dat handelde over de stropdas. Erboven stond: ‘De stropdas is niet langer een symbool van formaliteit en conformisme, maar een modeaccessoire.’ De stropdas krijgt dan ook een andere uitstraling, wordt méér dan een stropdas. Ik stopte snel met lezen, want wilde er even over nadenken.
Op de radio ging het gisterochtend vroeg over Mariëtte Hamer die lijsttrekker wordt voor PRO in de Eerste Kamer. Als Mariëtte Hamer wordt ingeschakeld, is dat nooit zomaar: er moet wat worden opgelost, een wantoestand behandeld, verwarring ontrafeld. Zeg maar een soort Johan Remkes zonder haar natuurlijk met hem op één hoop te vegen, want Mariëtte Hamer is strikt van zichzelf, wat enorm voor haar pleit. Dat ze Hamer heet, werkt ook mee.
Soms, vaker dan soms vraag ik me af hoe over een jaar of vijftig de huidige samenleving wordt uitgelegd. Als daar tenminste belangstelling voor is. Misschien heeft de samenleving dan wel wat anders aan het hoofd. Maar als er wel wat ruimte voor is, kan ik me voorstellen dat men over veel verbaasd is. Hoe de regering een regering probeerde te zijn, noem maar wat. Daar zijn we trouwens nu ook best verbaasd over.
Nu de rook lijkt te zijn opgetrokken, nee, misschien is het nog iets te vroeg: over een tijdje wordt er teruggeblikt op het geweld in Overasselt en krijg je de vraag, van een wijsneusje uit de jongste generatie: ‘Hoezo wildwesttaferelen?’ Stoer woord met een gevaarlijke uitstraling, wildwesttaferelen. Je moet antwoord geven op de vraag, want dat probeer je bij alle vragen te doen: ‘Nou, in Overasselt kwamen dus ’s nachts ineens…’ ‘Overasselt ligt toch in de buurt van Nijmegen, in het oosten?’ ‘Ja, maar toch zeggen we wildwesttaferelen.’
Zonder vrijwilligers zou er veel onmogelijk zijn. Moest laatst een lezing houden in een nogal groot cultureel centrum dat ook multifunctioneel was, je kon er bijvoorbeeld ook volksdansen, en de directeur die mij ontving en met wie ik een kopje koffie dronk, zei dat het allemaal bijna volledig draaide op vrijwilligers.
Van de beeldtaal van het televisiejournaal houd ik zeer. Ik ben gek op avontuur, maar aan vertrouwdheid kan ik ook hechten. Ik bedoel: wanneer het over files gaat, en daar gaat het deze dagen vaak over, zien we een kort filmpje, volgens mij altijd hetzelfde, van een file, bij voorkeur in de regen. Niemand mag denken dat het over wat anders gaat dan een file.
Het was een kort bericht. Waar ik het las, weet ik niet meer, maar ik onthield het moeiteloos: er zijn zwembaden waar uren zonder mannen komen. Ook geen mannelijke badmeesters. Misschien ging het maar om één zwembad, maar dat lijkt me sterk. Misschien was probleem dat tot het besluit leidde, mannen in het algemeen, hun bestaan, manieren, eigenschappen en uitstraling. Kan ook zijn dat vrouwen vanwege hun geloof niet willen dat mannen meer van hun lichaam zien dan strikt noodzakelijk is.
Wanneer zich een nieuwe politieke partij aandient, horen we min of meer meteen: Nederland snakt naar verandering. Misschien moet de leider van die partij dat wel zeggen, want het is goed groot in te zetten. Snak ik naar verandering? Ken ik mensen die snakken naar verandering? Twee keer nee. Er is heel veel wat beter kan, maar dat is niet de verandering waarnaar we volgens de nieuwe politieke leider snakken.
In de polikliniek opent de arts zwierig de deur van zijn spreekkamer. Naast zijn bureau staat een jonge vrouw met een wat breekbare uitstraling. De arts wijst naar haar: ‘Dit is Annika. Ze kijkt vandaag met ons mee. Als u daar tenminste geen bezwaar tegen heeft.’ Heb ik niet. Ik kom de toestand van mijn knie bespreken. Niet de mentale gevolgen van een brandende geslachtsziekte. Knie. Iedereen heeft knieën. Annika ook. Ik geef haar hand en ze zegt dat ze Annika heet.