Jano van Gool

In de Pers

Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Maarten

Wie denkt er nog weleens aan de cabaretier Bert Klunder die zeven jaar geleden erg jong overleed? Ik wel, want ik kon zéér met hem lachen. En die mensen vergeet je nooit. In een theater in Alkmaar herdachten we hem toen, een bijeenkomst vol vrolijke melancholie. Maarten van Roozendaal zong een lied dat hij, meen ik, ter plekke bedacht. Hij somde de namen op van groepjes mensen die het leven vól maakten, en daar hoorde Bert de hele tijd bij. Zoiets. Het was zo’n simpel lied dat het nauwelijks valt samen te vatten. Maarten ging maandag dood, ook erg jong, ook hij maakte het leven vol. 51 jaar. Veel te jong, zullen sommige mensen zeggen, maar waarschijnlijk verzette hij zich daartegen: hoezo té jong? Hij heeft gulzig geleefd, soms was ik daarbij, ik kende hem niet goed, maar wel goed genoeg om me altijd op hem te verheugen. Ik werkte weleens samen met zijn vrouw die regisseur is. En als ik dan bij hen thuis was, vulde Maarten je met zijn intensiteit helemaal op. Tintelend was dat. Je werd er altijd sterker van. Zijn laatste brief kreeg ik een paar weken geleden. Hij schreef dat het terras op de hoek er even niet in zat. Zijn manier van afscheid nemen. Ik schreef een tijdje terug een verhaal voor hem dat in het boek Om Te Janken Zo Mooi staat, een boek dat hij min of meer zelf samenstelde, ook een afscheid. Ik schreef: `Zo gaat dat, zo leven we, zo leeft het leven ons. We maken elkaar mee en dan verdwijnen we in verschillende richtingen.’ Hij had zich nog vaag op deze zomer verheugd, maar die kwam te laat.

Columns

  • Je weet niet altijd waarvan je ineens wakker wordt. Ontregelende droom, besef dat je iets had moeten doen wat je niet gedaan hebt. Ik had het gisternacht, keek op de wekker, uur of twee, en werd gealarmeerd. Wat kon er aan de hand zijn? O ja, ik was in een vreemd niemandsland in... lees meer

  • Vreemd, maar om me heen hebben meer mensen last van corona dan tijdens de officiële epidemie. Simpele verklaring: iedereen is wat roekelozer, maar zover ik het kan overzien zijn de mensen die ik ken en ziek zijn geworden, allemaal voorzichtig, in ieder geval even voorzichtig als... lees meer

  • Over het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen lees je nooit iets waarvan je denkt: hè fijn. Altijd luidt er de noodklok. Na de beëindiging van zijn politieke carrière heeft Alexander Pechtold het daar voor het zeggen en hij kan er allemaal ook niets aan doen, maar als hij de... lees meer

  • Stom dat ik er niet aan gedacht had, maar Koningsdag gaat natuurlijk door dit jaar. Woorden die erbij horen: eindelijk weer. Ander woord: uitlaatklep.
    De foto gisteren op pagina 3 van deze krant kwam hard aan. Ik houd niet van massale bijeenkomsten, ook niet van de kleur or... lees meer

  • Op 4 november 1963 kreeg mijn vader van mijn moeder voor zijn verjaardag de Dikke van Dale cadeau, het groot Woordenboek der Nederlandse Taal. Mijn vader werd veertig, het boek was een enórm cadeau, mijn moeder had er in het geheim voor gespaard. Bij ons thuis was toen minder ge... lees meer

  • Zondag begon de lente van dit jaar. Ik dacht het gisteren was. 21 maart zit al levenslang in mijn hoofd als officiële lentedatum, het seizoen van nieuw licht, nieuw leven en optimisme. Vaak trekt de natuur zich weinig aan van wat er in de wereld gebeurt. 
    Gisteren zag ik in... lees meer

  • Wéér is het Finse volk het gelukkigste van de wereld. Onderzoekers stelden het vast voordat de oorlog begon, maar toch. Ik begrijp dat de Finnen onder meer zo gelukkig zijn omdat iedereen daar bereid is anderen te helpen. Ook zijn ze erg gezond en is er geld genoeg.

  • Gelukkig wordt me zelden gevraagd wat er door me heen gaat. Die vraag is alleen aan de orde wanneer topsporters een topprestatie geleverd hebben. Ik ondervind wel andere erge vragen, zoals: “Is er iets?” Of: “Waarom vraag je dat?” Ook erg: “Wat bedoel je?”, terwijl het glashelde... lees meer

  • Sommige dingen veranderen nooit, gewoon omdat het niet kan. De dag na de verkiezingen lees je vaak dat de opkomst historisch laag was, dat de grootste partijen de grootste blijven maar wel inleveren, en waarom mensen niet gestemd hebben (“Het leeft hier niet zo”).
    Zo hoort... lees meer

  • Belachelijke hoeveelheid glaswerk! Staat allemaal in een kast die ik dagelijks open, maar nog nooit vond ik het een belachelijke hoeveelheid. Stuk of tien jeneverglaasjes bijvoorbeeld. In dit huis is zeker al twintig jaar geen jenever meer gedronken. Is van een tijd die voorbij.... lees meer

  • Wanneer ik dadelijk naar het stemlokaal loop, vol democratische trots, met opgeheven hoofd, borst vooruit, weet ik gelukkig wat me daar te doen staat. Toen ik een stemwijzer had ingevuld, begreep ik wat ik wilde en dat verraste me niet tot mijn opluchting. Er bleven twee partije... lees meer

  • Zwevender dan ooit ben ik, maar dat zeg ik de laatste jaren telkens paar dagen voor de verkiezingen. Ligt dat aan mij? Waar heb ik behoefte aan? Vraag ik me dat te weinig af?

  • Wat je natuurlijk ook krijgt: ik ben geen klager, maar soms even wel. Dat gebeurt dan zonder dat ik er erg in heb. Ik was naar de supermarkt geweest en zei dat het daar verschrikkelijk was. Dat was het ook, niet anders dan anders, maar de ene keer heb je er meer last van. Verder... lees meer

  • Waar het vandaan komt, weet ik precies: maar ik voel altijd lichte irritatie wanneer er voor gangbare levensmiddelen het woord luxe komt te staan. Luxe brood bijvoorbeeld. Ik koop het zelf ook zo nu en dan, dus ik maak me ook schuldig aan het voortbestaan ervan. 

  • De meeste vervelende zinnetjes uit mijn kindertijd hoor ik soms nog. Bijvoorbeeld: “Hoe vaak moet ik dat nog zeggen?” Dan ging het om iets wat helemaal niet meer tegen je gezegd hoefde te worden, iets wat je heus wel wist, maar je had geen zin eraan te denken. 
    Dat vervelen... lees meer

Pagina's