Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

De Gelderlander

Zorg

Mijn fysiotherapeut vraagt aan het eind van onze bijeenkomst wat voor cijfer ik aan me klacht geef. De klacht is mijn knie, die ik jaren geleden door intensieve sportbeoefening matig functioneerbaar heb gemaakt. Ik druk me nu nogal plechtig uit, maar dat is uit respect voor de knie, een voorziening die heel wat te verduren heeft. Daarom ga ik er ook mee naar de fysiotherapeut. De knie mag best wat extra aandacht krijgen. Goed, een cijfer voor de knie. `Tussen 0 en 10,’ zegt de fysiotherapeut. Ja, die cijferreeks ken ik. Een 10, daar streefde je naar!

Belgische

Voor een klusje in huis neem ik altijd een krachtige grondhouding aan, ik denk: laat ik het systematisch aanpakken. Door zo aan het klusje te beginnen, ben ik altijd al een eind op weg. Is niet zo, maar ik houd het mezelf voor. Vooral als het om een reparatie gaat. Het zijn altijd kleine reparaties, voor grote bel ik de vakman. Ook voor de kleine reparatie moet ik moed verzamelen. Gisteren ging het om een stekker. De stekker van een lamp paste niet in een stekkerdoos, wat ik raar vond. Dus naar de vakhandel om een andere stekker te kopen.

Kind

Nachtopvang. Zo heet een gedicht dat ik las. Het is van de Amerikaanse schrijver Charles Bukowksi, van wie ik veel werk bewonder, niet alles, maar dat hoeft ook niet, want zijn oeuvre is erg omvangrijk. Bukowksi leefde tot hij beroemd werd behoorlijk aan de zelfkant en dronk zich daar kranig doorheen. Het gedicht `Nachtopvang’ gaat over een voorziening waar op de straat levende mannen slappen, Bukowksi vaak ook. Die mannen maken lawaai in hun slaap, het stinkt er als hel.

Standpunt

Van het bestaan van de buffalokever was ik niet op de hoogte. (Nooit gedacht een stukje zo te beginnen.) Lijkt me een stevig beestje. Ik begin erover omdat ik steeds vaker lees dat het binnenkort toch echt menens is met insecten als ons dagelijks voedsel. Dan liggen ze gewoon in de supermarkt. Ook de buggieburger, die bestaat uit groente en larven van de buffalokever. `Proteïnen’ is hier het toverwoord. Ook producten waarin meelwormen zijn verwerkt. Kan er niets aan doen, maar die naam roept geen lekkere trek in me op, meelworm.

Gevoelig

De loodgieter kondigde aan om half acht in de ochtend te komen. `Fijn!’ zei ik. Ik was immers blij dát hij kwam en niet over een week of twee `een gaatje’ voor me kon vinden. Hij belt om kwart over zeven aan. Ook daar heb ik rekening mee gehouden. Ik doe gedoucht en aangekleed open, want ken onderhand mijn manieren. Tijdje geleden ontving ik een vakman slaperig en in ochtendjas en dat was goed te merken aan de rekening. Nu begin ik ook meteen te praten, terwijl ik hem een kopje koffie aanreik. Het is belangrijk dat je voor dynamiek zorgt. We gaan naar de verwarmingsketel.

Spits

Eén keer overkwam het me bijna: dat ik in Barneveld in de trein wilde stappen, maar dat dat eigenlijk niet kon, omdat die trein te vol was. Hoe het toch lukte, weet ik niet meer, maar het lukte. Wel dacht ik: stel dat je weg wilt uit Barneveld en het kan niet. Ja, een latere trein, maar soms kan je daar niet op wachten. Ik bedoel dit allemaal niet ten nadele van Barneveld, ik stel het me alleen maar voor. Begrijp dat het altijd een probleem is op werkdagen. Althans tijdens de spits.

Moment

`Einde blauwe envelop nabij’. Als ik zoiets lees, voel ik eerst een soort bevrijding, maar dat is rare naïviteit. De belastingdienst gaat ons bij voorkeur digitaal benaderen. Dus voortaan komt er bij iedere brief het verzoek `een account op Mijnoverheid te activeren’. Houd toch eens op met dat woord `account’ denk ik dan meteen geërgerd. Overal moet je een account hebben. Dan is het weer inloggen geblazen. Nieuw wachtwoord onthouden, want het is, geloof ik, niet handig één wachtwoord voor alles te hebben.

Stil

Al snel nadat de trein is vertrokken, roept de conducteur om: `Als u in een stiltecoupé zit, is het de bedoeling dat het daar ook echt stil is.’ Hij last een korte pauze in. Die bedoeling had ik al begrepen, maar het is goed dat hij nog eens sterk tot me doordringt. Het woord `stil’ klinkt als vroeger op school. Dan kon uit de klas worden gezet als je niet stil was. In de trein mag het wat mij betreft ook. Dat op station Elst een groepje reizigers de trein moet verlaten. We zien de streng wijzende vinger van de conducteur.

Puberaal

Een op de vijf jongeren heeft geldzaken niet op orde, lees ik. Is onderzocht. En meteen ben ik benieuwd naar de leeftijd. Werd snel helder: tussen de 12 en 24 jaar. Toen ik 12 was, speelden geldzaken geen prominente rol in mijn leven. Ik kreeg zakgeld dat ik uiteraard te weinig vond, maar dat geld was geen záák. Wat dan wel de zaken waren die mijn dagen beheersten, weet ik niet meer, terwijl mijn herinneringen redelijk informatief zijn. Vage verliefdheid, geloof ik. Overgang lagere school naar het gymnasium. Beatles. Maar geld, nee, echt niet.

Springend

Vanuit de trein door het zuiden van Nederland zie ik veel achtertuinen met een trampoline erin. Mijn indruk is: meer dan elders in het land, maar dat weet ik natuurlijk niet zeker. Misschien kan een onderzoeker op de universiteit van Nijmegen hierin zijn tanden zetten. Ik denk dat de trampoline vooral voor kinderen is, maar als spoorwaarnemer stel ik vast dat de voorziening nooit in gebruik is. Hij staat daar maar, erg prominent in zo’n tuin, leeg, lelijk en een beetje raadselachtig.

Pagina's