Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

De Gelderlander

Flossen

Als ik lees dat de tandarts goedkoper wordt, denk ik meteen: dan was hij dus te duur. Maar het kan zijn dat deze gedachte niet juist, want ongetwijfeld ligt het gecompliceerder, wat altijd het geval is wanneer het om geld gaat. De Nederlandse Zorgautoriteit heeft zich over de inkomens gebogen en dan krijg je een mooie zin: `Ook met lagere tarieven kunnen tandartsen kostendekkend werken en nog voldoende marge overhouden.’ Fijn gezegd: voldoende marge. Controle gaat 20,01 kosten, trekken van een kies 39,49. Fascinerende bedragen.

Inspecteren

Er staan oude huizen in de straat waarin ik woon. Een ervan wordt heftig verbouwd en dan kan het zijn dat zo’n verbouwing invloed heeft op de conditie van de andere huizen. Een verzekeringsmaatschappij houdt dat in de gaten. Ben dan ook niet verbaasd als er een man aanbelt die zegt het dak te komen inspecteren. Hij spreekt Engels, maar dan kun je best verstand van daken hebben. In Engeland zijn ook daken. Ik ga hem voor en dan slaat hij aan het inspecteren. Af en toe maakt hij een beleefd grapje. Hij heeft gevraagd hoe mijn voornaam luidt en die spreekt hij vaak uit.

Mistig

Dan gaat het ongeveer de hele tijd over de naheffing en ineens niet meer, maar misschien is de kwestie vandaag weer aan de orde. Je weet het nooit met de naheffing. Een parmantige staatssecretaris is de heer Wiebes, dat werd ook heel duidelijk. Vijf tot zes miljoen belastingbetalers krijgen een naheffing. Ik ook en dat vind ik in principe geen benauwend probleem, alleen wil ik begrijpen waaróm. Dat legt de staatsecretaris ook uit, maar uitleg snap ik niet, wat aan mij ligt. Maar soms wil ik daartegen protesteren. Dat het aan mij ligt, bedoel ik.

Zorg

Mijn fysiotherapeut vraagt aan het eind van onze bijeenkomst wat voor cijfer ik aan me klacht geef. De klacht is mijn knie, die ik jaren geleden door intensieve sportbeoefening matig functioneerbaar heb gemaakt. Ik druk me nu nogal plechtig uit, maar dat is uit respect voor de knie, een voorziening die heel wat te verduren heeft. Daarom ga ik er ook mee naar de fysiotherapeut. De knie mag best wat extra aandacht krijgen. Goed, een cijfer voor de knie. `Tussen 0 en 10,’ zegt de fysiotherapeut. Ja, die cijferreeks ken ik. Een 10, daar streefde je naar!

Belgische

Voor een klusje in huis neem ik altijd een krachtige grondhouding aan, ik denk: laat ik het systematisch aanpakken. Door zo aan het klusje te beginnen, ben ik altijd al een eind op weg. Is niet zo, maar ik houd het mezelf voor. Vooral als het om een reparatie gaat. Het zijn altijd kleine reparaties, voor grote bel ik de vakman. Ook voor de kleine reparatie moet ik moed verzamelen. Gisteren ging het om een stekker. De stekker van een lamp paste niet in een stekkerdoos, wat ik raar vond. Dus naar de vakhandel om een andere stekker te kopen.

Kind

Nachtopvang. Zo heet een gedicht dat ik las. Het is van de Amerikaanse schrijver Charles Bukowksi, van wie ik veel werk bewonder, niet alles, maar dat hoeft ook niet, want zijn oeuvre is erg omvangrijk. Bukowksi leefde tot hij beroemd werd behoorlijk aan de zelfkant en dronk zich daar kranig doorheen. Het gedicht `Nachtopvang’ gaat over een voorziening waar op de straat levende mannen slappen, Bukowksi vaak ook. Die mannen maken lawaai in hun slaap, het stinkt er als hel.

Standpunt

Van het bestaan van de buffalokever was ik niet op de hoogte. (Nooit gedacht een stukje zo te beginnen.) Lijkt me een stevig beestje. Ik begin erover omdat ik steeds vaker lees dat het binnenkort toch echt menens is met insecten als ons dagelijks voedsel. Dan liggen ze gewoon in de supermarkt. Ook de buggieburger, die bestaat uit groente en larven van de buffalokever. `Proteïnen’ is hier het toverwoord. Ook producten waarin meelwormen zijn verwerkt. Kan er niets aan doen, maar die naam roept geen lekkere trek in me op, meelworm.

Gevoelig

De loodgieter kondigde aan om half acht in de ochtend te komen. `Fijn!’ zei ik. Ik was immers blij dát hij kwam en niet over een week of twee `een gaatje’ voor me kon vinden. Hij belt om kwart over zeven aan. Ook daar heb ik rekening mee gehouden. Ik doe gedoucht en aangekleed open, want ken onderhand mijn manieren. Tijdje geleden ontving ik een vakman slaperig en in ochtendjas en dat was goed te merken aan de rekening. Nu begin ik ook meteen te praten, terwijl ik hem een kopje koffie aanreik. Het is belangrijk dat je voor dynamiek zorgt. We gaan naar de verwarmingsketel.

Spits

Eén keer overkwam het me bijna: dat ik in Barneveld in de trein wilde stappen, maar dat dat eigenlijk niet kon, omdat die trein te vol was. Hoe het toch lukte, weet ik niet meer, maar het lukte. Wel dacht ik: stel dat je weg wilt uit Barneveld en het kan niet. Ja, een latere trein, maar soms kan je daar niet op wachten. Ik bedoel dit allemaal niet ten nadele van Barneveld, ik stel het me alleen maar voor. Begrijp dat het altijd een probleem is op werkdagen. Althans tijdens de spits.

Moment

`Einde blauwe envelop nabij’. Als ik zoiets lees, voel ik eerst een soort bevrijding, maar dat is rare naïviteit. De belastingdienst gaat ons bij voorkeur digitaal benaderen. Dus voortaan komt er bij iedere brief het verzoek `een account op Mijnoverheid te activeren’. Houd toch eens op met dat woord `account’ denk ik dan meteen geërgerd. Overal moet je een account hebben. Dan is het weer inloggen geblazen. Nieuw wachtwoord onthouden, want het is, geloof ik, niet handig één wachtwoord voor alles te hebben.

Pagina's