Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

De Gelderlander

Voeding

Als je een bloemenstal hebt, moet je daar een beetje vrolijk in staan. Vrolijk product immers, bloemen. Een chagrijnige bloemenverkoper ontneemt je de zin in de bloemen, maar ja, je moet ze toch hebben, want je gaat ergens op bezoek waar bloemen  op prijs gesteld worden. Het is ook prettig even over de bloemen te praten, niet te lang, bijvoorbeeld hoe ze heten en of ze lang staan. Bij een chagrijnige bloemenverkoper doe je dat niet. Je bent blij als je weer op de fiets zit, met de bloemen. De bloemverkoper bij mij om de hoek ziet er niet chagrijnig uit, maar ook niet vrolijk.

Nooit

Misschien geldt het niet voor iedereen, maar ik vind ons leven zo kort dat vroeger wat mij betreft een bijna vreemd woord is, dat staat voor een andere tijd die niet bij de mijne hoort. Nu ik me geestelijk voorbereid op de wedstrijd van vanavond, dringt het tot me door dat er wel een andere tijd in mijn leven was. Die moet ik toch vroeger noemen. Komt door Australië. Als ze het daarover hadden in mijn kinderjaren, ging het altijd over mensen die daar voorgoed heen gingen. Verder weg kon niet. Het andere eind van de wereld. Het waren ook mensen in de omgeving van mijn ouders.

Omgang

Grappig deftig woord: tompouce. Ik besef dat ik het niet zo vaak opschrijf. De verkoop van tompouces valt nog steeds tegen, lees ik. En uiteraard gaat het dan over tompouces met een oranje bovenkant. Maar men is optimistisch, want de oranjekoorts barst los. Om me heen kijkend dacht ik dat we ons daarover geen zorgen hoefden te maken, maar het kan blijkbaar nog beter – of erger, voeg ik er zacht aan toe. Misschien kruist deze dagen de tompouce mijn pad en ik geef meteen maar toe dat mijn relatie met dit gebak matig is.

Uitkijken

Mijn fijne buurvrouw en ik staan na te praten over de wedstrijd van vrijdagavond. Dat doen we al twee dagen. Tijdens het juichen bij het derde doelpunt heb ik haar beschadigd, geloof ik, maar daar komt ze niet op terug. Haar zoon stapt op zijn fiets om te gaan hockeyen (die sport bestaat ook nog – Wat een feest zaterdagmiddag! De juichende hockeyvrouwen juichen nog stééds in mijn hoofd). Mijn buurvrouw wil iets naar hem roepen, maar slaat streng haar hand voor haar mond. Ik vraag wat er is. Ze zegt dat ze `Pas op!

Opleiding

'Heb je gevraagd of meneer pijn heeft.’ Ik ben bij een andere huisarts dan mijne beland. Komt omdat ik niet in mijn woonplaats verblijf. Het is altijd een gedoetje om dan gehoord te worden. Komt natuurlijk door de drukte. Maar goed, een van mijn grote tenen nam in omvang toe. Sommige dingen kunnen niet groot genoeg zijn, maar mijn teen hoort daar niet bij. Ik word ontvangen door een huisarts in opleiding. Dat zegt ze aanvankelijk niet, wat ook niet hoeft, maar ik zie het en vraag me niet waaraan. Ik leg mijn klacht uit en merk dat ik nog nooit zo lang over een teen heb gesproken.

Offer

Nog één keer de WK-hamsters van Albert Heijn en dan houd ik er graag over op. Op weg naar de supermarkt zie ik voor de ingang twee meisjes en een jongen staan, van een jaar of tien, schat ik. Aan mensen die de winkel verlaten, vragen ze om hamsters. Ik kan niet in de ziel van kinderen kijken en dus ook niet veronderstellen dat er iets zieligs in hun opvoeding moet zijn gebeurd. Oké, neem ik me voor, ik vraag bij het afrekenen om hamsters en die geef ik dan aan die kinderen. Het vooruitzicht iets te gaan doen waar anderen blij mee zijn voelt altijd goed aan.

Grapjes

Nog niet zo heel lang geleden zei een kennis van me die in Parijs woont, dat je hier niet je best moest doen vriendelijk te zijn, want dat vonden ze vooral tijdverlies. Dus niet vragen: `Kunt u me alstublieft de weg naar de Rue de la Bûcherie wijzen?’ Nee: `Ik wil naar de Rue de la Bûcherie. Hoe moet dat?’ De keren dat ik daarna in Parijs kwam, volgde ik zijn advies op. Of dat goed was voor mijn karakter, weet ik niet, maar ik werd er wel zelfverzekerder door. Als ik weer thuis was, moest ik mijn toon weer wat matigen, maar ik was gelukkig niet vergeten hoe dat moest.

Energie

Bij een vriend van me wordt op verjaardagen nog weleens gezongen. Iemand pakt en gitaar en dan begint het. Het is wat later op de avond, iedereen heeft een slokje op, maar toch is het geen dronken gebrul, integendeel, we doen het vooral erg graag omdat het liedjes zijn waarvan we houden, liedjes waarmee we zijn op opgegroeid en die bij ons leven gingen horen. In het eerste ochtendlicht keren we allemaal zeer tevreden huiswaarts. Hier in Parijs is een café waar dat gebeurt.

Pagina's